VERKIEZING – Kandidaten |
![]() |
Dave Deutsch en Yalcin ChihangirGeïnterviewd door Mirjam Perry Yalçin Chihangir en Dave Deutsch hebben in 2004 De Fietsfabriek opgericht. Tot die tijd hadden beide een eigen fietswinkel in dezelfde straat. In plaats van met elkaar te concurreren, hebben ze besloten samen een fabriek op te zetten. Ze ontwerpen hun eigen fietsen en zorgen voor werkgelegenheid in Yalçins geboortedorp in Turkije door daar de onderdelen te laten maken. De Fietsfabriek groeide snel en heeft ondertussen vestigingen door heel Nederland en in Berlijn, Tokyo en Los Angeles.
Het interview vond plaats in hun fietswinkel in Amsterdam. Dave en Yalçin lieten een filmpje zien over de fabriek in Yalçins geboortedorp waar de onderdelen voor de fietsen worden gemaakt. Naar aanleiding daarvan vertelt Yalçin over het dorp en zijn ideeën voor volgende projecten.
Yalçin: Ik wil een school opzetten en fietspaden aanleggen en een biologisch landbouwbedrijf beginnen. Ik ga nu meer investeren in het dorp. Als ik in de stad zoiets opzet ziet niemand het, daar heb je al genoeg fabrieken, genoeg mensen. Maar in zo’n dorp is niets, iedereen gaat naar de stad. Toen ik die fabriek opzette zei iedereen: je bent gek geworden. Daarop zei ik: ‘ja, als ik niet gek ben, wat doe ik dan hier? Ik ben gewoon gek.’ Nu willen anderen ook opeens fabrieken opzetten, ook in andere dorpen.
Dave: Er gebeurt ook niet zo veel in het dorp. Nu daar één fabriek staat, komen er al mensen. Dan is er iemand die denkt: we moeten eten en drinken regelen, dat gaat iemand doen, en ja, je hebt zoveel auto’s daar, dan begin je een hele kleine garage. Het trekt heel veel andere dingen aan.
Yalçin, hoe kom je aan deze ideeën, wat heeft jou gemaakt tot wie je nu bent?
Ik had in Turkije een heel goede zaak. Ik ben door bepaalde omstandigheden failliet gegaan en toen ben ik hier gekomen. Ik heb vier jaar de afwas gedaan om op een eerlijke manier mijn brood te verdienen. Ik wilde de taal leren, op mijn manier, om daarna verder te kijken. Een keer om twee uur ’s nachts vroeg een collega me of ik zijn fiets kon repareren. Ik zei: ‘Oké, zorg voor iemand voor de afwas machine, dan kan ik je fiets repareren.’ Ik draaide de fiets op de kop en ging de fiets repareren. Er kwam een andere collega langs die zei: ‘Heb je daar verstand van? Waarom ga je niet bij een fietsenmaker werken? Je spreekt misschien nog niet goed Nederlands, maar je spreekt wel met de fiets.’ Op dat moment is er een wereld voor me open gegaan. Toen ik naar huis ging zag ik alleen nog maar fietsen. Zo ben ik begonnen om een fietswinkel op te zetten, samen met Dave.
Hoe ben je opgegroeid?
Ik heb mijn vader op mijn twaalfde ontmoet. Hij was daarvoor in Nederland. En mijn moeder… ik heb een heel leuke moeder, maar zij had zes kinderen en zorgde niet goed genoeg voor ons. Mijn oom, Manke Mehmet, heeft me begeleid. Hij had een eigen atelier, maakte kachels en deed kleine reparaties aan tractors. Van hem heb ik leren lassen toen ik zes jaar oud was. Met negen jaar kon ik vrachtwagen- en tractor rijden. Ik ben in Turkije tien jaar lasser geweest en daarna heb ik een eigen tankstation en busbedrijf gehad. Voordat ik hier kwam was ik vrachtwagenchauffeur. Ik werkte voor Albert Heijn en daar zag ik zoveel eten en lekkere kaas. Ik dacht: ‘dat is mijn land.’ Toen ben ik gebleven.
Uit de projecten in je geboortedorp blijkt dat je maatschappelijk betrokken bent. Hoe kom je aan die betrokkenheid?
Ik kijk naar het land en zie dat het heel veel potentie heeft, heel veel mogelijkheden, maar mensen hebben oogkleppen op, ze zien het niet. Ik wil iets doen met die mogelijkheden. Het is een prachtig land, waar ook water is, driehonderd meter in de grond. De mensen zeggen: ‘We gaan geen motor maken om het water naar boven te halen, want God geeft regen.’ Ik zeg dan: ‘Denk je dat God een sukkel is? Dat hij je zomaar regen gaat geven? Zo moet je niet praten.’ Het zijn vergeten mensen, die ver weg leven. Ik wil ze iets teruggeven.
Ben je tegen moeilijkheden aangelopen toen je naar Nederland kwam?
Ik ben op een moeilijk moment geboren, mijn leven heeft toen aan een zijden draadje gehangen. Ik vind niet snel iets moeilijk. Hier in Nederland ben ik gelukkig, omdat de mensen naar mij luisteren. In het begin kon ik drie woorden bij elkaar brengen en was ik een half uur bezig, maar ze luisterden toch. Ik wilde hier verder leven, maar dat had tijd nodig.
Sinds we de fietsfabriek hebben opgezet ben ik mondiger geworden. Ik heb wel eens een klant weggestuurd en tegen hem gezegd: jij hebt geen respect voor mijn product, ik ga jou niet mijn kindje geven. Ik maak mijn product voor mensen. Daarbij leer ik van onze klanten. Ze zijn intelligent en ze geven ons tips. Ik heb vijf jaar gestudeerd, maar ik luister heel goed naar anderen. Daar kom je heel ver mee. Geldzaken heb ik vanaf het begin heel moeilijk gevonden, maar ik heb het wel veroverd. Het leven is niet makkelijk, als het makkelijk was geweest, was ik ook niet geworden wie ik ben. Maar niets is onmogelijk. Je moet het gewoon doen. En dat geeft een kick, dat geeft me energie.
Wat wil je met je projecten bereiken?
Iedereen zegt: ik ga de wereld verbeteren. Ik zeg: ik ga mensen verbeteren. Het gaat om mensen, om de jongens in het dorp. Hun leven is verbeterd. Het zijn moeilijke kinderen die niet makkelijk werk vinden. Je krijgt een band met ze door hard te werken. Ik wil ook mensen die een uitkering krijgen een kans geven. Ik wil van de moeilijkste mens een engel maken. Mensen die gek of raar zijn bestaan niet. Als je iemand gek noemt en hem de macht over zijn leven ontneemt, dan gaat hij alleen maar rare en enge dingen doen.
Zijn er gebeurtenissen of mensen te noemen die deze interesse voor mensen bij jou hebben opgewekt?
Ongeveer tien jaar geleden was mijn vader in Turkije erg ziek. Ik was al in Nederland gaan afwassen en ik had ongeveer honderd gulden bij me. De huisarts kostte vijftig gulden. Hij zei dat ik serum moest kopen bij de apotheek, maar het serum kostte honderdvijftig gulden en dat had ik niet. Ik zei: hier is mijn paspoort, geef me alsjeblieft het serum, mijn vader is ziek, ik breng het geld morgen. Maar hij weigerde. Ook bij de tweede en bij de derde apotheek kreeg ik het serum niet mee. Dat was echt moeilijk: ik was 28 jaar, mijn vader was voor het eerst erg ziek en ik kon hem niet helpen. Ik wist niet meer wat ik moest doen: moest ik mijzelf vermoorden, moest ik de apothekers vermoorden of liet ik mijn vader doodgaan? Ik was echt wanhopig. Het was elf uur ’s avonds. Ik liep naar buiten en ik keek naar de lucht. Ik zei: waar ben je, God? Iedereen zegt dat God bestaat. Oké, God, ik ga in jou geloven.
Ik ben een moslimjongen, ik geloof in Allah. Ik zei: ik ga jou niet haten, maar ik ga je diep in mijn hart zetten. De God van deze wereld is het geld. Maar ik wil geen slaaf van het geld worden, ik maak geld tot mijn slaaf. Als ooit iemand een probleem heeft, dan wil ik graag mijn geld delen. Ik kan toch geen miljarden, miljoenen in mijn graf meenemen en ik wil ook geen miljoenen voor mijn kinderen, voor mijn familie verdienen. Ik wil wel met miljoenen mensen gelukkig worden en samenleven.
Zijn er dingen die je zelf nog wilt leren, bijvoorbeeld in de omgang met andere mensen of op andere gebieden?
Nee. Niemand kan met mensen omgaan zoals ik. Geef me de gekste of slimste professor: ik kan met iedereen praten. Hij heeft zijn kennis uit boeken geleerd, ik kan vanuit mijn ervaring praten. Ik hoef zelf niet te leren, ik leer van het leven. Ik lees geen boeken van anderen om daarover te vertellen. Ik heb mijn eigen boek, ik heb mijn leven.
Dave, zou je iets kunnen vertellen over je achtergrond?
Ik kom gewoon uit Nederland. Ik heb een normale gelukkige jeugd gehad. Ik ben in Amsterdam geboren, maar in een dorp opgegroeid. Mijn vader is Amerikaan en ik heb ook een Joodse achtergrond. Van hem heb ik de interesse voor de rest van de wereld meegekregen. We kwamen uit een wijk met van die voortuintjes en een prijs voor wie zijn grassprietjes het netst had geknipt. Maar wij hadden een woeste rotstuin met cirkelpaadjes en antieke stenen. Toch heb ik nooit het gevoel gehad dat ik anders was dan de rest.
Wel voelde ik dat de wereld groter is dan mijn dorp of land. Yalçin verwoordt dat mooi in ‘Corcil’: ‘Mijn dorp is mijn huis, mijn stad is mijn dorp, mijn land is mijn stad en mijn wereld is mijn land.’ Ik heb me altijd een wereldburger gevoeld. Vroeger vond ik het al leuk om landen, steden, rivieren en gebergtes uit mijn hoofd te leren. Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in religie, andere culturen en filosofie. Daar heb ik veel over gelezen en zo heb ik geprobeerd om een heel groot wereldbeeld te vormen. De wereldgeschiedenis met zijn grote lijnen, verbanden en overeenkomsten tussen verhalen uit verschillende culturen, boeit mij enorm.
Welke vervelende gebeurtenissen hebben je gemaakt tot wie je nu bent?
In de buurt van waar ik woonde was een groen gebied met allemaal slootjes, weilandjes en bossen. Als ik als kind op mezelf wilde zijn, ging ik daar in mijn eentje heen en dan ging ik rustig naar de dieren zitten kijken. Dan kwam ik bij mezelf en had ik het gevoel een onderdeel te zijn van een groter geheel. Het gevoel op jezelf teruggeworpen te zijn. Toen ik iets ouder was, mocht ik alleen op de fiets naar zee, waar ik me bewust werd van de grootsheid van de wereld. Door naar de natuur te kijken voelde ik me verbonden met de hele wereld en alle mensen. Mijn ouders waren inmiddels gescheiden en dan voel je je wel verdrietig als kind. Maar die verbondenheid heb ik gezien als een mijlpaal in mijn leven, omdat ik mezelf kon zien, zonder mezelf te verliezen.
Op school vond ik het onrechtvaardig als mensen gepest werden. Zelf was ik wel populair en als er iemand gepest werd, nam ik die bij me. Die ‘ nerds’ hadden iets wat ik en anderen niet hadden. Ik kwam wel eens bij hen thuis en dan bleek er een heel interessante wereld achter zo iemand te zitten.
Hoe kwam je ertoe de Fietsfabriek op te richten?
Na mijn middelbare school heb ik een opleiding voor verpleegkundige gedaan, maar ik zag mezelf niet de rest van mijn leven in een ziekenhuis werken. Omdat ik niet wist wat ik moest doen en het studentenleven dat ik van mijn vrienden kende me wel wat leek, ben ik psychologie gaan studeren. Ik wilde fundamenteel wetenschappelijk onderzoek gaan doen, dat leek me echt wat. Maar die liefde bloedde dood en toen raakte het uit met mijn vriendin, waarmee ik toen samenwoonde. Ik kwam op een punt in mijn leven waarin in wist: nu moet ik echt iets anders gaan doen. Ik ging naar de sociale dienst maar daar werd me gezegd om over twee weken terug te komen. Maar ik zei: ‘ik ben werkeloos, ik heb niets te doen, ik wil werk zoeken. Je hebt vast wel tien minuutjes voor me vandaag en anders kom ik morgen.’ Ik werd diezelfde dag geholpen en kon meteen bij een fietsenmaker aan de slag. Daar heb ik toen een jaartje gewerkt, tot ik zelf een fietsenzaak kon overnemen van iemand anders. Ik heb ongeveer dertig seconden nagedacht en mijn hele gevoel zei: dat moet ik gewoon doen.
Ik had nog nooit als ondernemer gewerkt, ik was nooit naar een bank gegaan voor een krediet en had nog nooit personeel gehad, dus dat was een heel andere wereld. Ik heb alles vanuit de praktijk geleerd. Yalçin had inmiddels ook een fietsenzaak, in dezelfde straat. Het klikte tussen ons en we zijn samen gaan werken. Het idee van de bakfietsen en kindertransport was toen al geboren. Yalçin had de mogelijkheden voor de productie ervan in Turkije, via zijn familie, en ik kan het hier regelen als hij weg is. Ik regel de bankzaken, doe het papierwerk en regel de logistiek.
Op een avond met een clubje vrienden hebben we de naam “Fietsfabriek” bedacht.
We gaan na een werkdag niet naar huis om zes uur. We bestellen wat eten en werken door. Doordat we altijd bezig zijn en ook nog creatief zijn in het ontwerpen van modellen, trekken we veel leuke mensen aan. Vrienden komen naar ons in plaats van de kroeg. De deuren staan hier voor iedereen open en zo trekken we mensen uit de hele wereld aan. We hebben Irakezen, Polen, Bulgaren, Turken, Surinamers, Nederlanders, Amerikanen… Zo ontstaat er in de Fietsfabriek een wereld in het klein en dat vinden we erg leuk. Samen zijn we één grote familie. De samenwerking is gebaseerd op vertrouwen. Yalçin en ik hebben elkaar ons woord gegeven en dat is voor ons allebei even belangrijk als een contract. We kijken nooit naar elkaars portemonnee en hebben afgesproken nooit jaloers te zijn op elkaar. Wat maakt jou denk je tot een nieuw cultureel burger?
Eén van mijn goede eigenschappen is dat ik altijd de wens heb dat het met andere mensen beter gaat. We kennen veel mensen die een beetje tussen de wal en het schip beland zijn en die trekken we er dan uit. We gooien ze op onze boot, als ze dat willen. Onze droom is om overal ter wereld kleine Fietsfabrieken op te richten, zoals we die in Turkije hebben. Een man die in het verleden vaak klappen heeft gehad en van het kastje naar de muur werd gestuurd, werd via de sociale dienst hier geplaatst omdat hij moest werken om zijn uitkering te houden. Hij heeft het hier erg naar zijn zin en we zijn nu bezig om een eigen winkel voor hem op te zetten. Dat geeft mij genoegdoening.
|
