VERKIEZING – Kandidaten |
![]() |
Mohammed CheppihGeïnterviewd door Sanne Verdonck
Kun je iets vertellen over je achtergrond?
Ik ben in Oujda geboren, maar mijn familie komt oorspronkelijk uit de buurt van Nador. Toen ik drie was verhuisden we naar Nederland. Na de kleuterschool in Eindhoven ben ik voor een jaartje terug gegaan naar Marokko. Om Arabisch te leren en om daar eventueel te blijven. Maar dat ging niet goed. Wel qua onderwijs, maar niet qua opvoeding. Ik leefde daar vooral op straat. Ik ging er naartoe als gezond kindje en kwam terug als een klein crimineeltje. Toen ik voor de tweede keer in Nederland kwam, in groep drie, moest ik echt weer wennen. Ik mocht toen niet meer naar Marokko. Mijn ouders hadden gemerkt dat dat geen goede zet was.
Als tussengeneratie, zoals je het zelf noemt, heb je een soort verbindingspositie. Wat is de taak van deze generatie?
De tijd overbruggen. De eerste generatie is hier nooit gekomen om te blijven. Die is altijd met één been in het land van herkomst gebleven. Als ik dan het leven van mijn dochter, die in december zes wordt, vergelijk met het leven van mijn ouders, dan is dat een groot verschil. Zij ziet Marokko niet als haar land. Het betekent niets voor haar. Wij zitten er tussenin, want je bent gewoon een ketting.
Het klinkt alsof er weinig kracht in zit.
Nee, het inzien dat je een tussengeneratie bent is juist een kracht. Je kunt twee dingen doen. Je kunt het ontkennen en daardoor de kern missen. Of je kunt zeggen: ik ben die tussengeneratie, maar dat is geen verlies.
Wat is dan de winst?
De winst zit hem er in dat je een grote verantwoordelijkheid hebt, een uitdaging om iets neer te zetten. Het is dus een verantwoordelijke positie. Ik kwam daar twee, drie jaar geleden achter. Tot die tijd werd ik vooral geleefd. Maar ik ging me afvragen waar ik mee bezig was. Wie ben ik nu eigenlijk? Wat stelt Nederland voor mij voor? Ik vluchtte voor anderhalve maand naar Dubai. En pas toen merkte ik dat ik heimwee had naar dat wat mij het meest dierbaar was. Ik miste de nuchtere omgang met elkaar, het bakje friet, de oudjes achter de gordijnen. Ik heb veel in het buitenland gewoond in mijn leven en weet ook dat ik overal kan aarden. Maar als ik moet kiezen, is Nederland mijn huis. Zonder dat besef kun je ook prima functioneren, maar ik denk dat het de samenleving dient als mensen meer bewust worden.
Bewust waarvan?
Ten eerste van jezelf, wie je bent. Daarnaast heb je ook verantwoordelijkheid voor je omgeving. Dat kan je gezin zijn maar ook je straat, je wijk, je buren. Dat bepaalt ieder voor zich. Dat zou ik meer terug willen zien in een persoon. Dat mis ik. Dat je je realiseert dat je met je buurman of –vrouw misschien meer deelt dan met je ouders. Je deelt een muur. En een portiek, je deelt een wijk, je deelt van alles. Dat besef is er helemaal niet. Het besef van het eigen huis is in mijn ogen te veel gefocust op de persoon zelf: het is mijn huis en daar moet ik het beste van maken.
Hoe kun je dat bewustzijn creëren. Kùn je het creëren?
Ik weet niet of je het kunt creëren. Je moet het zelf doen, dat bewust worden.
Als ik denk aan de Poldermoskee, ben je dan bezig met het faciliteren van zo’n bewustzijn?
Ja, absoluut! De Poldermoskee is een initiatief dat in de toekomst een groot publiek als het ware zelf aan het werk zet. Het is iets heel Nederlands. Iets dat zich heel erg richt op het je hier thuis voelen, jezelf kunnen zijn. Op het kunnen beleven van religie op een manier die het beste past bij iemand die hier geboren en getogen is. Ik miste een moskee waar ik me thuis voelde. Waar mijn taal gesproken werd. In de Poldermoskee wordt uitsluitend Nederlands gepraat. Ik realiseer me dat het slagen van een dergelijk project heel belangrijk zou kunnen zijn. Niet alleen voor de nieuwe generatie moslims, maar ook voor niet-moslims.
Denk je dat niet-moslims net zo snel zullen komen als moslims?
Ja, ik denk het wel. Er zijn ook niet-moslims in de organisatie betrokken. Dus wat dat betreft is er veel in beweging om de brede doelgroep te bereiken. Mensen vinden het fijn ook om mee te doen.
Iedereen is dus welkom en vrij om zijn geloof op zijn eigen manier te belijden. Toch zie je op een ramadanfeest, dat voor iedereen georganiseerd wordt, dat er geen alcohol geschonken wordt, terwijl sommige bezoekers daar misschien best zin in hebben. Hoe kijk je daar dan tegenaan?
Het wordt door moslims en niet-moslims georganiseerd voor iedereen. Maar het is een Islamitisch concept en dus zonder alcohol. Zoals in de kerk het drinken van wijn er gewoon bij hoort. Het is niet de bedoeling dat binnen de Poldermoskee het moslim-zijn verwatert. We hebben het project ‘Preken in andermans parochie’ waarbij Rabbijnen en Dominees zullen spreken, maar het is daardoor niet multireligieus zoals veel mensen in het begin dachten. Het gaat om ontmoeting. We hebben bijvoorbeeld een debat georganiseerd. Het publiek dat daar op afkwam was zo gemêleerd. Men groet elkaar, spreekt elkaar. Dat is de bedoeling. Ontmoeting die natural is, vrijblijvend.
Is dat de taak van de tussengeneratie, om die ontmoeting te bewerkstelligen?
Het is sowieso de taak om te bedenken wat je met die ontmoeting wil…. Wat mij betreft is dat dichter bij elkaar komen. Zodat je aan die samenleving bouwt waarvan je samen deel uitmaakt. Dus niet meer naast elkaar maar mèt elkaar gaan leven. Ontmoeting gaat om positieve krachten in de samenleving bij elkaar brengen. Zodat gelijkgestemde mensen elkaar kunnen vinden, kunnen horen.
Toch is er veel angst voor de Islam. Hoe ga je om met dat soort angst en beeldvorming?
Ik ben er heel lang een beetje voor weggelopen. In plaats van die angst serieus te nemen ging ik in de aanval. Nu wil ik de angst leren kennen, ook al is die niet gebaseerd op feiten. Omdat het veel kwaad kan doen. Het is veelzeggend dat ondervraagde jongeren anders lijkt het een medisch verhaal! die Islamofoob zijn, nog nooit contact hebben gehad met een moslim. Ik heb een jaar in Kosovo en Macedonië gewerkt en daar ontdekte ik dat alles begint met angst en vooroordelen. Soms duurt het een paar honderd jaar, maar het kan eindigen in een burgeroorlog. In Nederland zie ik enerzijds een positieve ontwikkeling in de samenleving, anderzijds ben ik heel erg bang dat mensen nog verder van elkaar gaan staan.
Toch ben je bezig om dat te voorkomen.
Ja, en zo zijn er meer. Gelukkig. Dat is wat me op de been houdt. Ik weiger me neer te leggen bij pessimisten of mensen die alleen zichzelf zien staan. Ik heb gewoon een hekel aan onrecht. Als ik in Nederland zie dat mensen de ene cultuur beter vinden dan de andere, dan krijg ik echt de kriebels. Maar ik zie ook een positieve ontwikkeling. In de tijd dat Pim Fortuyn en Theo van Gogh vermoord werden had ik het gevoel dat de venijnigheid in de samenleving veel sterker was. Dat ebt naar mijn gevoel nu een beetje weg. Maar waar naartoe? Dat is de vraag.
Je hebt het over gelijkwaardigheid, rechtvaardigheid, assimileren. Het betekent dat we ons allemaal moeten aanpassen. Je hebt persoonlijke offers gebracht in jouw strijd hiervoor. Welke offers moeten er nog meer gebracht worden en door wie?
Ik kan moeilijk voor andere spreken en welke offers zij moeten brengen. Kijk, persoonlijk belang is heel goed, daar moet je je voor inzetten. Maar ik mis de continue inzet voor het algemene belang. Veel mensen geven kort iets. En that’s it. Dat is paniekvoetbal, daar bouw je een samenleving niet mee. Kijk maar naar de reactie van de regering op Fitna. Waarom moet ik daarvoor opgetrommeld worden? Ik heb daar helemaal geen boodschap aan. Voel me niet serieus genomen. Ik zou zó graag meer betrokkenheid bij de samenleving willen zien. Maar het hele integratievraagstuk is excuuspolitiek. Dat slaat nergens op. Er wordt zo veel geld ingepompt. Maar waarom? Om ouderen van 65 jaar de taal te leren? Sorry hoor, maar ik begrijp echt niet wat je daarmee wil bereiken.
Hoe zou de politiek er dan wel mee om moeten gaan?
Door je als regering vooral bezig te houden met besturen van het land en veel minder te bemoeien met hoe burgers hun leven invullen. Daar veel meer vrijheid aan geven door leiderschap te creëren. Dat missen we in Nederland. Zonder leiderschap is er op lokaal niveau, op samenlevingsniveau geen binding.
Vind je jezelf een leider?
Ik zou dat niet over mezelf kunnen zeggen.
Maar je bent wel bewust van jezelf, dan zul je ook wel iets over jezelf vinden?
Ik besef dat ik als leider wordt gezien. Om die factoren die ik in mij heb, het leven dat ik geleid heb en mijn netwerk. Dat ik daarom in die bepaalde rol leef en dat ik daar op een verantwoordelijke manier mee om moet gaan. Maar ik koos er niet voor om op mijn zestiende mijn mening te geven en daarmee half Nederland achter mij aan te hebben. Dat was blijkbaar een mening die mensen raakte uit de mond van een zestienjarige.
Hou je je daarom nu in?
Nee. Ik ben er altijd vol voor gegaan. Het enige wat anders is is dat ik misschien wat genuanceerder praat, dingen op een andere manier zeg. Nu ben ik opbouwender, positiever. Vroeger was ik meer provocerend. Maar ik besef dat wat ik ook doe, ik dezelfde persoon blijf.
De laatste vraag: waar ben je het meest trots op?
Als ik in de spiegel kijk… Er zijn twee dingen in mijn leven waar ik ontzettend trots op ben dat ik dat heb gedaan. Eén is de studie in het Midden-Oosten. Dat ik daar ondanks de moeilijkheden voor ben gegaan. En mijn tijd in Kosovo. Omdat het mijn leven heeft veranderd. Het heeft mij gemaakt tot wie ik ben. De oorlogssituatie daar heeft me doen beseffen dat het leven in die zin niets waard is. En dat het het al helemaal niet waard is om mensen onrecht aan te doen. Van veel dingen heb ik spijt, maar hiervan kan ik wel zeggen dat ik blij ben dat ik die stap heb gezet. |
