VERKIEZING – Kandidaten |
![]() |
Youssef YaghdiGeïnterviewd door Claudia Schouten, tekst Sanne Verdonck
In zijn kamer in het activiteitencentrum in Osdorp worden we hartelijk ontvangen door opbouwwerker, ofwel buurtcoödinatiefunctionaris Youssef Yaghdi. In zijn kamer zijn veel foto’s te zien van Youssef met een Bekende Nederlander. Zo stond hij ‘als enige Marokkaan’ in Woudrichem te wachten op een foto met Koningin Beatrix. Het werd Prins Maurits die met hem op de foto wilde. ‘Ik ben een Nederlandse Marokkaan. Ik ben trots om Marokkaan te zijn, maar ook trots om Nederlander te zijn. Ik heb ook gewoon een Nederlands paspoort, ben ook hier opgegroeid. Mijn kracht is ook dat ik met iedereen op kan schieten. Ik ben gewoon een van de mensen. Misschien was ik anders ook nooit zo ver gekomen.’
Wil je iets vertellen over je eigen achtergrond?
Als 11 jarige jongen ben ik naar Nederland gekomen. Ik kwam in de groep van Juffrouw Kat, de vierde klas van de basisschool. Ik ben daar zo goed opgevangen! Door de liefdevolle benadering van mij juf voelde ik me in dit vreemde land toch snel thuis. Ik ben van jongs af aan een sociaal iemand, maar Juffrouw Kat heeft me geleerd om van mensen te houden. Zij stimuleerde me om mijn wens, om anderen te helpen, in de praktijk te brengen.
Wat heb je meegenomen van de eerste tien jaar dat je in Marokko woonde?
Respect. Respect voor ouderen, voor leraren. Dat leerde ik van mijn ouders. Toen we pas hier kwamen woonde er een oudere mevrouw in onze flat. Mijn vader wilde daarom niet dat we de trap op renden. Dus slopen we naar boven. Ik ben blij dat mijn vader ons geleerd heeft om naar andere mensen te kijken en rekening met hen te houden. We hebben met name aan onze opvoeding te danken dat we alle vier goed terecht zijn gekomen. Door mijn ouders, door school en door Juffrouw Kat heb ik mij als persoon kunnen ontwikkelen, als een vertrouwenspersoon voor heel veel mensen.
Hier in Osdorp?
Ja, in Amsterdam West. Daar ben ik ook opgegroeid. Ik werkte eerst dertien jaar lang bij een bedrijf. In mijn vrije tijd ging ik bijvoorbeeld naar de moskee. Daar maakte ik een praatje met veel verschillende mensen. Niet alleen Marokkaanse mensen, maar ook buren, mensen in de wijk, … Zo ben ik in contact gekomen met de buurt. Door omstandigheden heb ik een periode van drie jaar geen werk gehad. In die tijd werkte ik fulltime als vrijwilliger op straat. Op een gegeven moment kwamen mensen zelf naar me toe om te praten of met vragen. Of ik ze kon helpen met het schrijven van een brief bijvoorbeeld.
Heb je in die drie jaar dat je dit deed, ontdekt dat dit precies is wat je wil doen?
Ja, zeker weten. Ik heb van mijn hobby mijn werk kunnen maken. Gelukkig, want het frustreerde wel eens dat ik mensen niet genoeg kon helpen omdat het niet officieel was of omdat ik te weinig tijd had. De buurt had wensen en vragen, wilde bijvoorbeeld een ontmoetingsplek. Daar werd dan wel veel over gepraat, maar er gebeurde niets. Zo raken mensen het vertrouwen kwijt. Ik heb het stadsdeelbestuur in een vergadering gevraagd juist te beginnen met naar mensen te luisteren. Ze serieus te nemen. Na afloop van die vergadering werd ik benaderd door de directrice van welzijnsorganisatie Impuls, waar ik nu op een professionele manier werk als ‘buurtcontactfunctionaris’.
Wat houdt dat precies in?
Als eerste heb ik er voor gezorgd dat het activiteitencentrum in de buurt niet alleen maar door mensen van buiten Osdorp werd gebruikt, maar dat iedereen er gebruik van kon maken. Een initiatiefgroep, een Marokkaanse mannengroep, heeft een ruimte ingericht als salon. Niet om te hangen, maar om iets te doen. Die salon wordt gebruikt voor ontmoeting, voorlichting of cursussen waar de groep om vraagt. Die mannen hebben de hele salon in een week geregeld. Ze waren er zo blij mee! Je had ze moeten zien.
Maakt het verschil dat je nu professioneel aan de slag bent?
Jazeker, dat een voordeel. Eerst werkte ik op straat. Nu heb ik een kantoor en ruimte om ontmoeting te faciliteren, zoals de salon. Dat kon daarvoor niet. En er zijn binnen de organisatie natuurlijk financiële middelen om het een en ander te realiseren. Dat geeft ook veel meer mogelijkheden. Maar het maken van contact en het scheppen van een vertrouwensband, dat blijft hetzelfde. Dat hoort gewoon bij mij als persoon.
Mensen vertrouwen jou en doen daarom mee. Hoe faciliteer je de activiteit?
Ik luister naar wat mensen willen, welke vragen en wensen er vanuit de buurt zelf komen. Pas dan ga ik aan de slag. Voor vrouwen is in Osdorp heel veel georganiseerd, maar mannen zijn een beetje een vergeten groep. Sommigen zijn daarin teleurgesteld. Een belangrijk project is de cursus Mannenemancipatie. Emanciperen wil zeggen dat er mogelijkheden zijn en gezien worden. De cursus geeft antwoord op vragen over hoe je als man in de maatschappij functioneert. Elke cursist heeft een eigen doel. Daardoor worden mensen gedwongen om actief te werken met eigen vragen. Om niet af te wachten tot anderen iets voor hen regelen. Er is in die cursus een algemeen deel, er is individuele begeleiding en elke week een excursie. Eén man, voorzitter van een moskee, had als doel om in contact te komen met de Nederlandse overheid. We gingen naar Madurodam en daar kwamen we toevallig Minister Vogelaar tegen. Wat een kans! Hij heeft gewoon een gesprek met haar kunnen voeren. Hij had zijn doel bereikt, was echt tevreden.
Je hebt een heel eigen methode. Kunnen anderen leren van jouw werk?
Ik denk dat dat wel kan. Je moet het vertrouwen van mensen proberen te winnen. Dat gaat niet vanzelf, dat heeft tijd nodig. Je moet laten zien dat je goede bedoelingen hebt, dat je het goede met mensen voor hebt. Dus niet alleen praten maar ook dingen doen. En je moet veel lachen en heel veel geduld hebben. Echt heel veel. Als je dat niet hebt dan geef je te snel op. Ik heb op die manier onmogelijke dingen voor elkaar gekregen. Een vader kwam eens naar me toe. Zijn zoon was van huis weggelopen. Eerst ben ik met zijn vader gaan praten. Die jongen liep inmiddels een betaalde stage bij mij. Ik probeerde voor hem en andere jongens een echte werksfeer te creëren, benaderde hen niet als leidinggevende. Ik kan niet zeggen dat iets moet, ik kan ze wel enthousiasmeren door een voorbeeld te zijn. Op een gegeven moment zeggen ze zelf: ik wil dit wel voor je doen. Dan doen ze het met plezier, zonder druk. Ik heb zijn vader gevraagd hem die tijd te geven. Tegen die jongen vertelde ik in een ander gesprek de kant van zijn vader, die gewoon wilde. dat hij goed terecht zou komen. Nu gaat het goed. Die vader was zo dankbaar! Ik deed dat buiten werktijd. Het werkt niet als ik stop om 17.00 uur. Sterker nog, dan begint het pas. Binnen werktijd doe je normale dingen, buiten werktijd onmogelijke dingen.
Trek je ergens een grens: tot hier kan ik je helpen?
Nou, dat is wel een probleem. Ik kan geen nee zeggen. Iedereen die mij benaderd wil ik helpen. Want niet alleen mensen kwamen op mij af, ook heel veel instanties wisten me met vragen te vinden.
Jij spreekt de taal van onder andere politici, BN-ers, wijkbewoners, politie, jongeren, bejaarden. Er moet iets zijn dat jouw taal voor iedereen begrijpelijk is. Weet jij waaruit die universele taal bestaat?
Het is echt heel belangrijk dat je mensen begrijpt. Ik heb ook periodes van tegenslag gekend. Ondanks dat ben ik gewoon door blijven gaan. Er zijn ook mensen die dat niet kunnen, maar ik begrijp dan in welke positie ze zitten. Vanuit ervaring, maar ook vanuit belangstelling. Je moet belangstelling hebben voor mensen om ze te kunnen begrijpen op hun eigen niveau. Door de manier van communiceren af te stemmen op de persoon met wie je praat, ontstaat er rust. Dan hebben mensen het gevoel: hij begrijpt mij. Politici benader ik op een andere manier dan mensen in de moskee.
Hoe dan?
Niet te ingewikkeld, maar heel duidelijk. Voor een wijkbewoner zijn sommige regels helemaal niet te volgen. Daar wijs ik politici op: hou er rekening mee dat niet iedereen denkt zoals jullie denken.
Je hebt behoorlijke tegenslagen gehad in je leven zei je net. Maar blijkbaar had je ook heel veel doorzettingsvermogen. Kun je zeggen waar dat vandaan komt?
Het heeft er aan de ene kant mee te maken dat ik een positief persoon ben. Daarnaast geloof ik als moslim dat er na slechte tijden ook goede tijden komen. Daar ben ik van overtuigd. Ik geloof in God. Ik geloof dat hij je helpt als je iets doet, niet als je zomaar zit te wachten. De hoop opgeven heeft dan geen zin. Ik kreeg eens een oproep vanuit het UWV om bij de keuringsarts voor de WAO te komen. Maar ik wilde werken. Ik heb toen via de wethouder een nummer gekregen van een nieuw sportproject in Osdorp. Toen ik belde mocht ik op gesprek komen. En ik kon de dag erna beginnen, omdat ik zo veel ervaring en contacten in Osdorp had. Ik kende alles en iedereen hier. Zo is het echt gegaan.
Dus de mensen van het UWV wilde jou passief maken?
Ja. Ik dacht verdorie, ik hoor hier niet. Ik wilde gewoon aan het werk! Mar vaak leg ik mijn problemen ook wel aan de kant en ga ik met andermans problemen aan de slag. Dan zie ik resultaat en dan vergeet ik mijn eigen probleem. Ik doe het puur vanuit mijn hart, ik verwacht er niets voor terug. Maar ik merk wel dat het mij sterkt en mijn eigen problemen makkelijker maakt om op te lossen.
Ik hoor je heel vaak vertrouwen zeggen. Zou dat niet een goede extra competentie zijn binnen Nieuw Cultureel Burgerschap?
Vertrouwen is echt heel erg belangrijk, ja. Pas dan krijg je mensen mee. Anders werkt het niet. Dus dat zou een aanvulling op de competenties kunnen zijn. Je kan natuurlijk heel veel dingen leren, maar je moet het uiteindelijk als persoon kunnen, belangstelling kunnen hebben en iets overhebben voor een ander. Als je dat vanuit je hart doet, dan win je het vertrouwen en krijg je mensen mee. En op een gegeven moment komen mensen vanzelf. Eigenlijk is het allemaal begonnen bij Juffrouw Kat. Zij werd geïnterviewd en heeft mijn naam genoemd. De journaliste heeft toen mij opgebeld. ’s Avonds belde ze me op dat ze nog kippenvel had. Ik praat gewoon graag met mensen, ook met diegene waar ik het niet mee eens ben. Ik sta met Rita Verdonk op de foto en zou best eens met Geert Wilders willen praten. Vanuit het contact dat er dan is, kun je iets creëren, kun je verbinden. Vaak willen mensen bij voorbaat al niets met een ander te maken hebben. Maar zo komen we nooit dichter bij elkaar. Ik benader daarom iedereen. |
