 |
Ruud Lubbers
Bron: Nederlands Dagblad, geplaatst op zaterdag 26 april 2008 (laatste wijziging vrijdag 25 april 2008 19:40) door Simonne Gennip.
Wij vroegen Ruud Lubbers, genomineerd als Nieuw Culturele Burger van 2008, of we een gesprek met hem konden hebben. Hij was blij met zijn nominatie, maar hij had te weinig tijd voor een gesprek. Wel stemde hij ermee in dat we het interview dat hij had met Simonne Gennip, geplaatst in het Nederlands Dagblad op zaterdag 26 april 2008 zouden gebruiken. Hieronder hebben we het licht aangepaste interview, en een korte biografie van Lubbers geplaatst.
Ruud Lubbers werd geboren in Rotterdam op 7 mei 1939. Hij studeerde economie in Rotterdam en nam een tijdje de zaak, een constructiewerkplaats en Machinefabriek in Krimpen aan de IJssel, van zijn vader over samen met zijn broer. Van 1973 tot 1977 was hij minister van Economische Zaken in het Kabinet-Den Uyl. Van 1982 tot 1994 was hij minister-president van Nederland.
Na zijn premierschap was Lubbers van 1995 tot 2000 hoogleraar globalisering aan de Universiteit van Tilburg. In 2000 werd Lubbers gevraagd voor de functie van Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties.
Nadat hij in 2005 aftrad als Hoge Commissaris hield Ruud Lubbers zich bezig met duurzaamheid. Hij werd voorzitter van de Raad van Toezicht van het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) Daarnaast zette hij zijn werk voor het Handvest van de Aarde voort. Tevens is Lubbers voorzitter van de Round Table of Worldconnectors for People and the Planet. Op 1 juli 2006 werd Ruud Lubbers voorzitter van het bestuur van de Stichting voor Vluchteling Studenten (UAF).
Hij noemt zichzelf een zondagskind. Bevoorrecht, omdat hij zich kan inzetten voor zijn passies: duurzaamheid en diversiteit. Bevoorrecht in zijn privéleven: hij heeft een ‘fantastische vrouw’, drie kinderen en negen kleinkinderen.
Op zijn gezicht breekt een glimlach door als hij praat over zijn ‘extended family’. Ruud Lubbers is oud-premier van Nederland en voormalig Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de UNHCR. Als vurig pleitbezorger van het Handvest van de Aarde – ‘een heel belangrijk document in mijn leven’ – spoort hij burgers, overheden en instanties aan om de wereld te verbeteren.
Lubbers reist binnen- en buitenland af om die boodschap te verkondigen. Of het nu is op het muziekfestival Lowlands, waar duizenden jongeren hem in 2006 onthaalden als popster, of achter de schermen in de nationale en internationale politiek, naar Lubbers wordt geluisterd.
Van de premier van het no-nonsensebeleid, werd hij de ‘hoeder van tientallen miljoenen ontheemden’. Nu is hij het gezicht van diversiteit en duurzaamheid. Hoe vindt hij zichzelf steeds opnieuw uit? ,‘Het is een kwestie van je talenten benutten’, zegt hij.
De negen kinderen uit het gezin Lubbers doorliepen hun middelbare school op een internaat. Ruud Lubbers was elf toen hij naar het Canisiuscollege in Nijmegen ging. Daar, op de Jezuïetenschool, werd zijn interesse voor de samenleving aangewakkerd: ‘Op een internaat ben je vaak eenzaam. Ik las veel, over geschiedenis, theologie, de samenleving. Dat had meteen mijn belangstelling.’ Ook ontdekte hij zijn leiderschapskwaliteiten: ‘Ik vond het fijn om mee te doen als anderen wat regelden. Als het fout ging, en niemand deed iets, nam ik het voortouw.’
Het leven van Lubbers lijkt in het teken te staan van het Handvest van de Aarde. In zijn studeerkamer staat een foto van hem en Michail Gorbatsjov. Met de oud-president van Rusland en andere prominenten presenteerde hij in 2000 het Handvest, dat sindsdien in alle internationale discussies over duurzaamheid opduikt. Het is een wereldwijde oproep tot verantwoordelijk omgaan met milieu, natuur, de wereld en de medemens:‘We leven in een tijd dat de uitputting van de aarde dreigt, deels door de opkomst van nieuwe economieën. De spanning tussen volkeren neemt toe. Mensen zijn bang en bezorgd. Dat is begrijpelijk, omdat we zoveel meer met elkaar verbonden zijn door ICT, migratie en de globalisering.’
Lubbers, de idealist. Als premier stond hij bekend als een pragmatisch en kundig manager, niet als de man van de grote idealen: ‘Terwijl mijn leraren op de middelbare school me juist waarschuwden voor te veel romantiek. Ze zeiden: “Jij bent een dromer, daar krijg je nog problemen mee”. Ik heb jong geleerd gedisciplineerd te zijn en niet te blijven hangen in romantische ideeën. Misschien heb ik dat dromerige gecompenseerd door pragmatisme.’
Pragmaticus of niet, het Handvest heeft Lubbers’ denken veranderd. Begin jaren negentig waren het niet de overheden, maar betrokken burgers die aandrongen op verandering: ‘Ik kreeg een andere bril op. Veranderingen van onderop zijn veel krachtiger dan ideeën die van bovenaf worden opgelegd.’
Ook nu vindt hij dat de macht van de overheid sterk wordt overschat: ‘Ministers hebben altijd de neiging te denken dat ze alles kunnen beïnvloeden.’ Dacht hij ook zo over zichzelf, als minister en als premier? Zonder twijfel: ‘Ja. Ervoor niet, erna niet, maar tijdens: absoluut.’
Is er tijdens een politieke carrière geen tijd voor reflectie? ‘Ik weet niet of het verstandig is dat ik dit zeg, maar je wordt nu eenmaal onderdeel van een kortetermijncultuur, de wisselwerking tussen media en politiek, de wereld van polls, oplagen en kijkcijfers.’ Weg van de peilingen, zonder de ‘invloed van het kijkkastje’, werkt Lubbers aan de idealen uit het Handvest. Hij is een van de Worldconnectors – een groep Nederlanders die ‘mensen uitnodigt over onze grenzen te kijken’. Als voorzitter van het Universitair Asiel Fonds zet hij zich in voor studerende vluchtelingen.
Met ‘zijn’ Rotterdam Climate Initiative maakt hij zich sterk voor vermindering van de CO2-uitstoot in zijn woonplaats. Hij ziet met lede ogen aan hoe wereldwijd de ene na de andere kolencentrale wordt gebouwd: ‘Er is haast bij om met oplossingen te komen. We weten nu dat we veilig CO2 kunnen transporteren en opslaan in lege gasvelden. Als wij dat kunnen, kan dat straks ook in India en China.’ Leeft hij zelf anders om het milieu te sparen? ‘Tja, ik zit veel minder op de weg, omdat ik van huis uit werk en veel doe per telefoon of mail. Ik eet veel minder vlees, maar dat is meteen beter voor mijn gezondheid. De dingen die ik nalaat, zijn ook op een andere manier handiger of beter. Ik leef eigenlijk al vrij sober.’
Verscheidenheid is een verrijking, diversiteit zorgt voor creativiteit, zegt hij. Weten dat je welkom bent en meedoen, is Lubbers’ devies. Bevrijdingsdag betekent voor hem dat we ons losmaken van de angst tegenover andere bevolkingsgroepen. ‘We moeten andere religies respecteren. Ons niet in onszelf opsluiten, ons niet laten leiden door angst. Dat geldt ook voor migranten.’ Zijn missie is om Nederland weer tolerant te maken. Hij drukt Nederlanders op het hart minder bang te zijn, en migranten spoort hij aan te participeren: ‘Waardevolle mensen, die meedoen aan de samenleving, moeten veel makkelijker kunnen blijven.’Wanneer is iemand waardevol? In achterstandswijken wonen mensen die geen werk hebben en kampen met sociale problemen: ‘Het zou bijna wreed zijn te verwachten dat ze volop participeren. Toch kan er verandering tot stand komen. Via rolmodellen, zoals veel jonge moslima’s nu zijn, bijvoorbeeld.’
Lubbers, degene die tijdens zijn premierschap zei: ‘Nederland is ziek’ en ingrijpend saneerde in de verzorgingsstaat, zegt: ‘Vergeet niet dat er jarenlang is gezegd: eens een WAO’er, altijd een WAO’er. Nu neemt dit aantal dankzij het beleid toch af. We moeten deze mensen niet afschrijven. We moeten zorgen dat zij zich veilig voelen, kunnen participeren. Dat gaat radicalisering tegen.’
Angst zuigt mensen naar beneden. Hij verwoordt dit door te zeggen ‘dat de duivel rondwaart’. Iets kan Lubbers zich wel bij de angst voorstellen. Het omgaan met de grote aantallen migranten, met mensen die anders zijn en anders denken, kan moeilijk zijn.
De globalisering, de internationale problemen waarvan we via televisie en internet op de hoogte worden gehouden, versterken dat: ‘Voor het eerst hebben mensen het idee dat hun kinderen het slechter krijgen dan zijzelf.’
Het klinkt mooi, Lubbers’ boodschap, maar de milieuvervuiling neemt toe, de armoede is onverminderd groot en de problemen in de multiculturele samenleving liegen er niet om. Wordt hij nooit moedeloos? ‘De kerkvorst Augustinus zei al: “de tijden, dat zijn wij”. Niet meer meedoen, omdat niet alles gaat zoals je wilt, achteroverleunen en klagen, is hetzelfde als moedeloos worden. Dat is fatalisme. Dat is voor mij geen optie.’
Lubbers telt liever zijn zegeningen. Daarom wil hij eigenlijk niet meer praten over zijn vertrek bij UNHCR. Een medewerkster diende een klacht in wegens seksuele intimidatie. Lubbers ontkende, maar vertrok uiteindelijk toch.
Wat hij kwijt wil, staat op een handgeschreven A4’tje: ‘Ik heb dat als onrecht ervaren. Maar ik weet dat er veel onrecht bestaat. Dit is dus mijn portie. Max van der Stoel (Minister van Staat, red.) heeft die zaak toen uitgezocht. De klacht bleek ongegrond en de media – zo stelde Van der Stoel vast – werden gevoed door onware verhalen. Dat ging maar door en daarom ging ik weg.’
Doorvragen leidt tot irritatie. Lubbers heeft geen behoefte meer aan het oprakelen van conflicten, aan ‘gehakketak’. Hij pleit voor harmonie. ‘Ik heb nu meer ruimte voor reflectie.’ Daar horen spiritualiteit en religie onlosmakelijk bij.
Hij is overtuigd van het bestaan van een hogere macht, van God, van het hiernamaals, maar spiritualiteit vindt hij niet per se in de kerk: ‘Het kan ook zitten in wat je leest, een stuk muziek, frisse lucht.’ Zijn werk stelt, zegt hij, niets voor zonder spiritualiteit: ‘Er zijn de P’s van People en Planet, waar ik me met anderen voor inzet, maar zonder de P van Pneuma – de geest – wordt dat niets.’ Bevrijd van de korte termijn, tijd voor verdieping. Hoe wil Lubbers herinnerd worden? Hij zegt twijfelend: ‘als vrijgestelde’. ‘Dat was ik als kind, omdat de middelen er waren waardoor ik mocht studeren en mij kon ontwikkelen. Dat ben ik nu weer. Nu ik de ruimte en tijd heb te doen waar ik in geloof.’
|