Nieuw cultureel burgerschap, Stichting InterArt, Arnhem

 

VERKIEZING – Kandidaten


Rene Kempenaar

Gesprek over René Kempenaar, door Lieke Boersma

In 1980 verhuisde René Kempenaar vanuit Amsterdam, waar hij in een kledingzaak werkte, naar Almere. Hij was veel bezig met de Aziatische vechtsport Pencak Silat en begon er in Almere een school in. Op die manier kwam hij uiteindelijk in het jongerenwerk terecht. De sport hield de jongeren van de straat en leerde hen respect voor anderen te hebben.

René Kempenaar stond altijd klaar voor de jongeren van Almere. Er was behoefte aan een plek waar jongeren elkaar konden ontmoeten en hun talenten konden ontwikkelen. Zo ontstond JOP (Jongeren Ontmoetings Plek). Daarnaast richtte René een jongerentheatergroep op: Culture Shock, waar jongeren hun uiteenlopende talenten kunnen laten zien. Ook betrok René jongeren bij de veiligheid van Almere door middel van het project JVSA (Jongeren Veilig Stadshart Almere).

Op 16 april 2007 overleed René Kempenaar. Mensen die hem kenden waren geschokt en rouwden om het verlies van een bijzonder persoon. Om een beeld te scheppen van de persoon die René Kempenaar was, had ik een gesprek met Sanne Priem (24), Kasper Jongejan (25), en Sanne Langerak (23), die met René werkten en hem goed kenden. Nanette de Jong, zelf ook met René bevriend , brengt mij met hen in contact. Zij vertellen me hoe hun band met René was en leggen uit wat hij voor hen betekende.

Kasper Jongejan

 

Kun je iets vertellen over je ontmoeting met René?

 

Ik kende René vanaf mijn 13de toen ik nog op de middelbare school zat. Ik hing een beetje rond op straat ,want er was maar weinig te doen voor de jeugd in Almere. Via via kwam ik bij Totem terecht, een jongerencentrum waar René werkzaam was als jongerenwerker. In die tijd stonden Raymzter en Ali B aan de bar te rappen en zat ik aan een tafel te tekenen. Ik was veel bezig met graffiti. We waren allemaal “hangjongeren”. René kwam met je praten en vroeg naar waar je goed in was. Hij probeerde jongeren te motiveren en te inspireren. Hij zei: “je kunt goed tekenen” en hij hielp mij daar richting aan te geven.

 

Hoe hielp hij jou bij het vinden van een richting?

 

Hij toonde interesse in mij door de juiste vragen te stellen. Thuis tonen ze ook wel interesse, maar op die leeftijd vind je het vervelend als je ouders zich met je bemoeien. Om die reden ga je de straat op, maar er is weinig te doen en dan ga je ‘verkeerde dingen’ doen. René sprak de straattaal en wist hoe hij je moest benaderen op een oprechte manier. Zijn kracht was dat hij je serieus nam en meende wat hij zei. Hij was meer een coach dan een mentor en zo heeft hij mij sociaal en zakelijk geholpen in mijn persoonlijke groei . Hij liet me de handvaten zien en gaf me mijn eigen ruimte. Hij probeerde mensen nooit te pushen waar veel jongerenwerkers dat juist wel doen. René had daar een goede balans in gevonden, waardoor hij jongeren goed kon motiveren. Hij motiveerde je om dingen gewoon te doen en door die houding trok hij jongeren aan.

 

Er is vanaf dat moment een hele wereld voor me opengegaan. Ik kwam er achter dat jongeren wel iets te zeggen hebben in Almere. Door middel van JVSA (Jongeren Veilig Stadhart Almere) maakten we ons hard voor de jongeren, onder leiding van René. We gingen praten met politici en de gemeente. René was de schakel tussen de jongeren en de beleidsmakers. JVSA was heel belangrijk en geleidelijk aan kwamen er steeds meer projecten. Ik dacht: Hé fuck, wat René doet, daar kan ik echt iets mee.

 

Was zijn werk zijn passie?

 

Het was zijn passie om met jongeren te werken. Hij was ook in zijn vrije tijd met ons bezig en dat was heel mooi om te zien. Hij was niet alleen ‘de jongerenwerker’, want toen ik ouder werd, begon hij ook echt een vriend te worden.

 

Hoe slaagde hij erin zoveel jongeren samen te brengen en te motiveren?

 

Als René wist dat er iets gaande was in Almere, als er een project werd georganiseerd, zorgde hij er altijd voor dat anderen daar ook op de hoogte van werden gesteld. Er was een aantal jaar geleden een presentatie in het museum de Paviljoens en René liet mij dat weten. Hij vond namelijk dat er ook graffiti in het museum moest hangen. René was altijd aan het netwerken. Daardoor ben ik ook heel anders gaan kijken naar de mogelijkheden die er bestonden. Hij deelde de voordelen van zijn netwerk met anderen. René kende heel veel mensen persoonlijk en had met iedereen een speciale band. Op zijn begrafenis realiseerde ik me pas hoeveel mensen om hem gaven. Ik ben echt niet de enige op wie hij indruk heeft gemaakt. Ik zag hem het jaar dat hij overleed op professioneel vlak bijna dagelijks. Hij was een heel mooi voorbeeld van: wat je geeft, krijg je ook weer terug. Iedereen had respect voor hem.

 

Op welke manier gaan jullie door met zijn werk?

 

Ik ben nog steeds op dezelfde manier bezig als voor René overleed. Ik probeer een deel van zijn werk voort te zetten. Dit doe ik bijvoorbeeld met Culture Shock, een uitwisselingsproject van theatergroepen uit Almere naar Suriname en andersom. Op dit moment zijn de Surinaamse jongeren hier. Dat was het idee van René en dan is het soms best lastig, want hij had er eigenlijk gewoon bij moeten zijn.

 

Sanne Priem

 

Kun je iets vertellen over je ontmoeting met Rene?

 

Ik zat op het kantoor van De Schoor, ik liep daar stage. Er kwam een hele grote zwarte man binnen en ik was gelijk onder de indruk. René was echt een verschijning. Ik ging samen met hem werken aan JVSA. Hij had voor mij bedacht dat ik het meldpunt wel even op kon zetten. Zo ging hij te werk bij iedereen: hij kende je nog niet of hij had al een taak voor je bedacht.

 

René was altijd aan het opscheppen over zijn project en zijn jongeren en hij liet overal waar hij maar kon, vallen waar hij mee bezig was. Dat betekende dat hij ook heel veel uitnodigingen kreeg van mensen die meer van zijn projecten wilden weten. Als hij een uitnodiging had gekregen ging hij er niet in zijn eentje naartoe om over zijn project te vertellen. maar hij liet een aantal jongeren met wie hij werkte meekomen en liet hen aan het woord. De kracht van René was dat hij niet vóór jongeren ging praten, maar hen zelf liet praten omdat hij wist dat ze dat konden.

 

We zijn op een landelijk VVD congres geweest met een aantal jongeren. Dan stonden we daar opeens met zijn allen. Sommige jongeren hadden er wel moeite mee, maar de meeste van ons wilden alles doen voor René. We hebben er echt veel plezier gehad. René was professioneel naar de politici toe, terwijl hij het voor ons ook leuk maakte. Hij kreeg respect van de ambtenaren en van de jongeren tegelijk. Hij was dus een soort bemiddelaar tussen verschillende groepen mensen.

 

Uiteindelijk hebben wij als jongeren aan tafel gezeten met politici die ons allemaal vragen stelden. We hebben echt een standpunt gemaakt. Hoe René zelfvertrouwen gaf aan de jongeren was enorm bijzonder.

 

Wat maakte René zo bijzonder en anders dan anderen?

 

Hij was eerlijk en direct. Je kon ruzie met hem maken. Jongerenwerkers liegen jongeren vaak voor, maar als René zei: “We gaan het doen”, dan gingen we dat doen. Ook zijn vermogen om iedereen bij elkaar te brengen was bijzonder. Op zijn begrafenis was het opvallend om te zien dat de leider van de Molukse Hell’s Angels en de hoofdcommissaris van de politie er allebei waren. Dat was helemaal René. Hij heeft een paar goede en slechte mensen om zich heen verzameld, maar hij zag in ieder mens wel wat goeds.

 

Daarnaast was René thuis ook nog volledig vader. Hij had de zorg voor een heel gezin. Het ontbrak zijn gezin aan niets. Op de een of andere manier maakte hij altijd tijd voor je vrij. Hij belde iedereen elke dag. Ik weet niet hoeveel uur hij in een dag kon stoppen. Hij kon tijd maken om gewoon rustig met je koffie of thee te drinken, ook al had hij nog zoveel te doen.

 

Hoe gebruikte hij sport in zijn jongerenwerk?

 

Hij deed aan Pencak Silat, een Aziatische vechtsport. Hij gaf er les in bij Jongeren Centrum Totem waar ook kickbok lessen werden gegeven. Als hij jongeren zag die zich aan het vervelen waren vroeg hij: “wat vind je leuk? Vind je vechten leuk? Kom dan vechten!” Hij plukte de jongeren gewoon van de straat. Daar middel van die sport kreeg hij heel veel respect. Bij Pencak Silat is het een kwestie van controle over jezelf hebben en op die manier bereikte hij ook de jongeren. Hij kon jongeren altijd iets aanbieden waarmee hij ze van de straat hield.

 

Andere medewerkers van jongereninstanties willen altijd praten, maar René wist wat de interesses van jongeren waren en creëerde daar een uitlaatklep voor. Met praten schiet je soms niets op. Hij gaf jongeren juist het idee dat ze zelf echt iets konden doen in hun leven. Hij had respect voor jongeren en behandelde hen als volwaardige deelnemers van de samenleving. Hij zag ze niet als minder dan volwassenen en sprak met hen in hun taal.

 

Wat frustreerde hem weleens?

 

René kon heel boos worden van oneerlijkheid. Hij raakte ook gefrustreerd als mensen niet wilden luisteren en geen respect toonden voor jongeren. Hij was wel altijd heel diplomatiek, maar tegelijkertijd direct en eerlijk. Tegen René kon je alles zeggen.

 

Hij begon de laatste jaren steeds gefrustreerder te worden omdat hij op zoveel manieren werd tegengewerkt. De organisatie van het jongerenwerk was steeds meer aan het bureaucratiseren en reorganiseren. Daardoor moest hij rapporten en evaluaties gaan schrijven. Hij moest opeens binnen gaan zitten om verslagen te schrijven, terwijl hij juist zo graag op straat met zijn projecten bezig was. Met optredens ging hij altijd mee, maar dat werd steeds moeilijker.

 

Hij mocht van zijn baas niet meer zoveel met de jongeren rondhangen. Zoiets kun je jongeren niet uitleggen. Een voorbeeld: er is in Almere een stadhuisplein dat één keer in de zoveel tijd nieuwe tegels krijgt. Dat kost klauwen met geld en toch kan er geen geld vrijgemaakt worden voor de jongeren. Dat begrijpen jongeren niet en daardoor verlies je hun vertrouwen.

 

Sanne Langerak

 

Wat betekende René voor jou?

 

Ik kende René van 1996 tot ongeveer 1999 via de gabber cultuur in Almere, waar hij best lang mee bezig is geweest. In Totum werden feestjes georganiseerd en hij hield altijd een oogje in zeil. Dat was een mooi gezicht: Totum vol met gabbers, maar iedereen had respect voor René. Daarna heb ik heel lang vrijwilligerswerk gedaan in Totum bij de punkgroep. In dit project probeerde René de hip hop en punk scène samen te laten werken om zo de cultuurkloof te overbruggen.

Hoe kwam het volgens jou dat René zich in zoveel verschillende subculturen thuis voelde?

 

Ik denk dat het voornamelijk kwam door zijn doorzettingsvermogen en doordat hij vaak ging praten met verschillende soorten mensen. Hij toonde oprechte interesse en reikte graag een helpende hand naar anderen. Ongeacht je cultuur en achtergrond , als je hulp nodig had dan was hij er voor je. Vaak hoefde je niet eens iets te zeggen: hij keek naar je en wist meteen dat er iets aan de hand was. Voor jongeren was hij een goed aanspreekpunt omdat hij hen serieus nam.


Wat betekent René nu voor jou?

 

Zonder René had ik waarschijnlijk niet eens kunnen doen wat ik nu doe. Via hem ben ik uiteindelijk bij jeugdzorg terecht gekomen. Ik heb de stap durven zetten en heb door hem de kracht gekregen om te proberen iets van mijn leven te maken.