VERKIEZING – Kandidaten |
![]() |
Miranda CorbiereGeinterviewd door Lieke Boersma.
Miranda Corbière is geboren op 17 juli 1972 in Westwoud. Ze studeerde Nederlands, Moderne taal- en letterkunde en volgde de lerarenopleiding Geschiedenis. In 2005 legde de gemeente Hoorn de openbare bibliotheek een bezuiniging op van zestigduizend euro. De bibliotheek moest een filiaal sluiten, maar wilde wel een voorziening voor de 1100 kinderen in deze wijk in stand houden. Miranda Corbière ontwikkelde het idee van de Brede School Bibliotheek. De Brede School Bibliotheek is ontstaan naar aanleiding van haar idee dat het niet altijd verstandig is om kinderen te vertellen wat zij moeten doen. In deze bibliotheek maken kinderen (0-12 jaar) de dienst uit. De kinderen uit groep 8 hebben een korte opleiding op de hoofdvestiging gehad. Daar hebben ze bijvoorbeeld geleerd hoe ze de boeken moeten scannen en hoe ze de boeken weer terug moeten zetten. Ze beslissen ook mee over de inrichting, welke boeken er in de bibliotheek komen en wat voor activiteiten er plaats vinden. In 2007 won het project de Innovatieprijs van de Vereniging van Openbare Bibliotheken. In het gesprek met Miranda Corbière vertelt zij over haar eigen jeugd en hoe die invloed heeft gehad op de visie die zij nu heeft ontwikkeld voor de Brede School Bibliotheek. Misschien kun je beginnen met vertellen over je omgeving, waar ben je opgegroeid? Ik groeide op in een heel klein dorpje: één kroeg zeven kerken, zeggen wij altijd. Ik kom uit een echt arbeidersmilieu. Mijn moeder had twaalf broers en zussen en mijn vader had er negen. Al die familieleden hadden niet meer gedaan dan een aantal jaren LTS, en, zoals ze het zelf noemden de ‘spinazieacademie’. Dat was vroeger de huishoudschool. Ik heb vanaf het begin af aan geweten dat het anders was bij mij. Dat voelde ik heel duidelijk: dat ik niet hetzelfde was, een soort ‘alien.’ Dat kun je als kind natuurlijk niet goed omschrijven. Ik ben bijvoorbeeld één keer in mijn leven weggelopen van huis toen ik 5 jaar was. Wat was er namelijk gebeurd? De week daarvoor was ik meegenomen door de moeder van een vriendinnetje naar het voorleesuurtje in de bibliotheek. Dat was voor mij zo’n ontdekking! Dat er zo’n heel mooi boek bestond met allemaal plaatjes. Ik was volledig gefascineerd en een week later ben ik er op eigen houtje naartoe gegaan. Jullie kennen de discussie ‘nature/nurture’[1] en ik ben steeds meer in nature gaan geloven nu ik het aan den lijve heb meegemaakt. Ook al was ‘nurture’ heel sterk geweest, dan was ik nu niet wie ik ben. Het heeft er altijd al in gezeten, die drang om me te ontwikkelen. Mensen vroegen mij vroeger: wat wil je later gaan doen, wat is je droom? Dan wilde ik studeren: ik wilde weten. Wie was belangrijk voor jou tijdens jouw jeugd? Wij hadden een heel creatief gezin in het dorp dat op een gegeven moment de vereniging ‘De Westwoudse Kindervreugd’ oprichtte (lacht). Ik kwam daar graag omdat het een heel creatief gezin was. Hun moeder deed allemaal leuke dingen. Als er op school uitgedeeld mocht worden, kwam ze niet met een zak snoep, maar had ze kaneelbroodjes met suiker voor iedereen gemaakt. Als je daar kwam, ging de vader achter de piano zitten en dan werd er muziek gemaakt. Ze woonden in een heel creatief huis. Ik wilde altijd dat ik dat had. Voor mij is dit gezin denk ik ook heel bepalend geweest. Ik besefte dat ik wilde wat zij hadden. Wat wilde je dan? Ik wilde kennis! Ik wilde creativiteit. Bij ons thuis stond heel vaak de televisie aan, soms werd ik er helemaal gek van. Ik wilde dat ik gezien werd voor wat ik was. Heb jij je passie gevonden? Uiteindelijk heb ik het gevonden. Je moet iets hebben in je leven waar je warm voor loopt. Ik kan me een passieloos leven niet voorstellen. Hoe klein het misschien ook is. Er moet toch iets zijn wat je hart sneller doet kloppen, waar je blij van wordt? Ik denk dat schoonheid ook een heel essentieel onderdeel moet zijn van het leven. Dat vind ik heel bijzonder aan mensen, ze zijn in staat om het allermooiste te maken. De allermooiste bouwwerken, de mooiste kunsten, de mooiste boeken. We hebben wetenschap en tegelijkertijd kunnen we oorlog voeren en de allerergste dingen bedenken. Ik vind het ook wel heel kenmerkend voor het menszijn en ik denk dat je die kunst of je passie nodig hebt om tegengewicht te bieden aan dat andere. Hoe houd je het anders draaglijk, als je dat niet ziet? Dan heb je alleen nog maar de donkerte om je geen. Waar ben je goed in? Ik ben pragmatisch, ik kan heel goed nieuwe dingen bedenken: ik kan dingen zien. Ik kan de toekomst bij wijze van spreken voorspellen. Het blijft bij mij niet alleen bij ideeën, ik ben in staat om ze meteen ook concreet vorm te geven. Als iemand tegen mij zegt: ‘ik heb dit en dit gelezen en ik weet niet wat ik ermee moet’, dat begrijp ik niet. Bij mij gaan er dan tachtig radertjes in mijn hoofd draaien. Ik zie dan een heel universum ontstaan en voor je het weet heb ik een hele wereld gecreëerd. Maar het is wel een wereld die uitgevoerd kan worden. Ik geloof dat ik als persoon goed kan overtuigen, maar dat heeft ook te maken met passie. Als je kunt laten zien aan mensen dat je ergens in gelooft, dan ga je stralen. Dat voelen mensen en dan neem je ze mee. Wat vinden anderen daarvan? Kun jij je ook door anderen laten overtuigen? Ik kan me absoluut door anderen laten overtuigen en vind juist dat in gezamenlijkheid, als je bepaalde disciplines bij elkaar brengt, alleen maar mooiere dingen kunnen ontstaan. Iedereen heeft bepaalde talenten maar iemand moet wel goed zijn, want ik ben ook heel erg overtuigd van mezelf (lacht). Je hebt net allemaal talenten genoemd, maar nu ben je bezig met de Brede School Bibliotheek. Hoe zet je je talent daar in en wat beteken jij in dat project? Ik heb een visie ontwikkeld op kinderen en jongeren en hoe je die op de beste manier kunt begeleiden vanuit bijvoorbeeld een bibliotheeksituatie of een andere culturele instelling. Ik heb de mensen op de werkvloer kunnen overtuigen, juist omdat ik heel veel projecten heb geleid waarin ik die visie heb gestopt. Ze zien gewoon dat het werkt. Puur pragmatisch gezegd: ze hebben de kinderen gezien, ze zien wat er gebeurt. Er is wetenschappelijk onderzoek gedaan naar mijn visie en de Brede School Bibliotheek. Het onderzoek is gedaan onder supervisie van hoogleraar bibliotheekwetenschappen Frank Huysman. Het was een effectstudie aan de hand van vragenlijsten waarbij twee vergelijkbare scholen gezocht zijn. De scholen zijn vergelijkbaar qua wijk, schoolsamenstelling en schoolprogramma. De leerlingen, ouders en docenten van de Brede School Bibliotheek-scholen en de twee vergelijkbare scholen hebben lijsten ingevuld. Deze zijn ingevoerd in een analyseprogramma en daaruit komen dan de cijfers. Het resultaat is dat er significante invloed is geconstateerd op het vrijetijds lezen van kinderen. Kinderen gaan door de Brede School Bibliotheek echt meer lezen en ze staan positiever tegenover boeken. Het wetenschappelijke bewijs voor mijn visie is dus geleverd! Dat is wel heel gaaf. Wat is die visie precies? Mensen denken altijd dat de kindertijd heel erg leuk is, want ze hebben daar een heel romantisch ideaal van: ‘oh de tijd van vrijheid en dat je geen verantwoordelijkheid hebt en dat je altijd maar mag spelen, oh geweldig!’. Dat is helemaal niet waar. Er zit namelijk ook een heel andere kant aan de kindertijd. Je bent namelijk heel lang onmondig en je wordt niet serieus genomen en er wordt heel veel voor je beslist. Mensen beslissen op school continu voor je, je ouders beslissen voor je. Ik denk dat kinderen dus stelselmatig onderschat worden. In de Brede School Bibliotheek zijn zij de baas. Volwassenen moeten toestemming vragen aan kinderen om achter de balie te komen. Ze mogen niet zomaar ingrijpen, ook als kinderen een conflict hebben over het werk dat ze daar aan het doen zijn of hoe ze de taken verdelen. Als je echt ziet dat kinderen vastlopen of een kind wordt ongelukkig dan zeg je,‘kan ik misschien helpen?’ Je zegt niet wat ze moeten doen. Die kinderen kunnen dat allemaal prima. Ze kunnen die hele bibliotheek gewoon zelfstandig leiden. Ze bedenken zelf wat voor boeken er moeten komen, ze doen zelf het innemen en uitlenen aan elkaar. Ze hebben zelf op een gegeven moment besloten ‘we gaan voor de kleintjes meer organiseren, dus we gaan voorlezen’. Normaal gesproken bedenken wij wat een handig systeem is voor kinderen en wij bedenken wat er in de bibliotheek komt. A-B-C: dat geeft een leeftijd aan. Hoe kan een kind nou weten dat een letter A staat voor een cijfer? Waarom maken we een letter voor een cijfer? Dat is stom. Bovendien staat er ook nog eens een pictogram, een raar plaatje onder de letter die kinderen moeten kunnen ontcijferen. Een vlag met sterren staat voor oorlog en verzet. Niet echt duidelijk als je acht bent. En dan zit er ook van nog vaak een oranje sticker onder, dat staat voor makkelijk lezen. Waarvoor is dat? Voor kinderen die slecht lezen. Hoe moeten ze dat weten? Onder die A kan er ook nog Alfen staan en dat is dan weer een schrijver, want het moet op alfabet. Kinderen vragen niet naar schrijvers, kinderen vragen ‘ik wil over ridders lezen’ of ‘heeft u een boek over school?’ De boeken in bibliotheken moeten gewoon op thema staan. De huidige alfabetische plaatsing slaat nergens op. Het is beheersmatig en allemaal weer door en vanuit volwassenen bedacht. Bibliotheken zijn veel te statisch. Die fantastische creatieve werelden die in de boeken te vinden zijn moeten terug komen in de omgeving. Ik wil lianen aan het plafond, ik wil trampolines in de grond, ik wil gewoon dat er steeds iets nieuws te ontdekken valt. Mensen zeggen dan: ‘ze komen toch om te lezen?’ Ja, maar in lezen zit ook plezier. Het moet een plezierige ruimte zijn om te vertoeven. Er moeten gekke stoelen zijn. Laat ze over dingen heen klimmen. Laat ze op een verassende manier bij boeken aankomen. Waarom moet het boven de grond? Waarom niet in de grond? Laat ze een hol inkruipen desnoods. Het maakt me niet uit, maar verras kinderen! Zet er gewoon een zak met verkleedkleren neer. Doe niet moeilijk. Zet er speelgoed neer. Er moet inventiviteit zijn. Kinderen moet je verwonderen. Merk je dat veel kinderen er iets aan hebben? Ja! Al is het maar dat ze gewoon serieus worden genomen. Er zijn zoveel kinderen die in de Brede School Bibliotheek werken die nooit lazen, nooit. Ik wil niet zeggen dat ze nu meteen lezen, maar ze komen wel met al die soorten boeken in aanraking. Ze komen nu wel in een bibliotheek. Je weet nooit welke kracht dit in een later leven kan hebben. De kinderen hebben in ieder geval een positieve attitude ten opzichte van een bibliotheek. Dat is ook weer van wat je in je kindertijd meekrijgt, wat belangrijk is, wat je leuk hebt gevonden. Aan het einde van het schooljaar wordt er aan de kinderen gevraagd: ‘Wat denk je dat je later nog kan herinneren van deze school, wat vond je nou echt leuk aan deze school en wat zal je over tien jaar denk je nog weten?’ Dan noemt 80 procent de Brede School Bibliotheek, dus dat zegt al iets. Kijk naar wat kinderen zelf kunnen en willen en ze zullen je verbazen. [1] Het nature/nurture debat gaat over twee opvattingen. Aan de ene kant dat mensen van nature bepaalde eigenschappen hebben die aangeboren zijn, ‘nature’, en aan de andere kant het idee dat mensen juist door hun omgeving worden gevormd en dat dit zou bepalend zijn voor hoe zij opgroeien, ‘nurture’. |
