VERKIEZING – Kandidaten |
![]() |
Kitty ZijlmansGeïnterviewd door Claudia Schouten, tekst Mirjam Perry
Kun je iets vertellen over je achtergrond, hoe je bent gevormd en het nest waaruit je komt?
Ik ben in Den Haag geboren en ik kom uit een gezin van 4 kinderen. Mijn vader had een vrij beroep, hij was freelancer etaleur, decorateur, standbouwer. Hij was veel weg, maar ook veel thuis om te knutselen en te verven. Er zitten behoorlijk wat artistieke achtergronden in zijn familie. Mijn vaders jongste broer is schilder, zijn volle neef beeldhouwer, zijn oom was beeldend kunstenaar in Rotterdam, mijn oudste broer is uiteindelijk naar de kunstacademie gegaan en beeldhouwer geworden. Bij ons thuis lagen altijd wel kunstboeken waar ik in zat te bladeren. Ik kon heel goed tekenen. Van kinds af aan zat ik te tekenen, tot ik daar op school geen les meer in kreeg. Het leukst op school vond ik, achteraf gezien, de lessen in archeologie van de docent Grieks, als hij ons meenam naar de wereld van het oude Griekenland. Uiteindelijk ben ik kunstgeschiedenis gaan studeren hier in Leiden en nu houd ik me bezig met de relatie tussen kunst, politiek, sociaal bewustzijn en engagement.
Waar kwam je interesse voor politiek en sociaal bewustzijn vandaan?
Ik denk dat ik toch een kind ben van de late jaren 60 of 70. We waren thuis flink links. Bij ons om de hoek woonde een Zuid-Afrikaan, Esau du Plessis, die via London naar Nederland was gevlucht voor de apartheid. Deze man heeft toen een anti-apartheidsbeweging opgezet, de BOA, de Boycot Outspan Actie. Outspan dat waren sinaasappels, want daarmee spekte je het apartheidsregime. Een goede vriend van Esau, een grafisch ontwerper, had zo’n ouderwetse sinaasappelpers in de vorm van het hoofd van een Afrikaan, om duidelijk te maken wat je eigenlijk uitperst als je Outspan sinaasappels uitperst. Ik ben jarenlang vrijwilliger geweest voor de BOA. Ik was heel naïef. Nederland is zo’n rustig welvarend land, waar je je eigenlijk nooit bedreigd voelt, zeker niet als je blank bent. Als je hier geboren en getogen bent heb je geen idee welke dreigingen er kunnen zijn. Door de BOA ben ik meer politiek betrokken geraakt en ben ik een heel stuk van mijn naïviteit kwijtgeraakt.
Hoe zag je die relatie tussen kunst en engagement ontstaan?
Die klik kwam pas na mijn studie. Ik vond het verleden interessant, maar ik groeide tijdens mijn studie al heel snel naar de moderne kunst. Ik was me ervan bewust dat je door middel van kunst de maatschappij kunt veranderen. Maar het besef dat kunstgeschiedenis dat misschien ook kan doen als discipline, kwam pas veel later.
Wat misschien wel de allergrootste impuls is het feminisme geweest in het anders gaan denken over het vak, maar ook over de kunstgeschiedenis. Ik ben in de late jaren 80 gevraagd door een vriendin of ik zitting wilde nemen in de Judith Leyster Stichting, vernoemd naar de 17e-eeuwse schilder Judith Leyster. Zij is een kunstenares die nu iedereen weer kent en die ook in haar tijd heel beroemd was, waarna ze twee eeuwen lang totaal vergeten is, omdat haar werk onder de namen van andere kunstenaars overal terecht was gekomen. Nu is dat oeuvre en haar leven helemaal gereconstrueerd. Dat heeft vanaf de jaren 70 een enorme doorgang gevonden, omdat het feminisme toen een grotere rol ging spelen in Nederland. Ik werd gevraagd voor de stichting, terwijl ik toen niet specifiek iets had met kunst en vrouwen. Dat is in die tijd radicaal veranderd. Het is een ongelofelijk interessante leerschool voor me geweest. Er zijn duizenden vrouwen de geschiedenis uitgegooid. Hun aandeel is kwantitatief niet veel minder groot dan dat van mannen.
Ik had toen ook nog een andere impuls wat de theorie betreft, omdat ik in 1984 een promotieplaats kreeg in Leiden en daar ben gaan samenwerken met een groep literatuurwetenschappers. Toen merkte ik hoe theorie-arm ik was. Ik vroeg me de meest basale dingen niet eens af, bijvoorbeeld waarom ziet die kunstgeschiedenis eruit zoals hij eruit ziet?, waarom gebruiken we deze chronologie en wat is eigenlijk een stijl? en wie bepaalt eigenlijk wat de canon is? Vanuit de hoek van literatuurwetenschap en geschiedenis ben ik theorie gaan lezen. Het postmoderne denken kwam toen op en er waren theorieën vanuit het feminisme. Die twee verbindingen hebben een revolutie teweeg gebracht in mijn denken, omdat ik sindsdien kritisch kijk naar dingen en daar ook op wil reflecteren. Dat geef ik nu de studenten vanaf het eerste jaar allemaal mee: besef dat de kunstgeschiedenis niet bestaat, besef dat jij hem maakt. Besef dat er heel veel kunstgeschiedenissen zijn en heel veel manieren van contextualiseren, dat je heel goed systematisch onderzoek kunt doen, dat onderzoek niet altijd historisch hoeft te zijn. Dat continuïteit eigenlijk niet bestaat, je kunt niet alles op een tijd afzetten. Hiërarchieën zijn door ons geconstrueerd. Dat idee van constructie van kunstgeschiedenis is toen voor mij heel belangrijk geworden. En dat draag ik nu ook uit.
Het zijn uiteindelijk mijn twee liefdes, hedendaagse kunst en de wetenschap. Ik ben zelf geen kunstenaar, al ik voel me wel met ze verwant. Ik ben een van de weinige kunsthistorici die echt met het heden bezig zijn en ik werk veel met kunstenaars samen. Ik voel een enorme verbondenheid met dat scheppen. Met mijn wetenschappelijke achtergrond kan ik kunst en engagement met elkaar verbinden, omdat ik die kunst nu veel beter weet te situeren.
Wil je je nu door die nieuwe kijk op je vak losmaken van de context van het westerse beeld van kunstgeschiedenis?
Nee, want wij zijn natuurlijk toch hier verankerd. Je ziet wereldwijd het gebruik van de term kunst en overal wordt moderne en hedendaagse kunst gemaakt, maar wat je niet kan en niet mag ontkennen is dat zich hier een hele interessante kunst-traditie heeft ontwikkeld, die wel degelijk impact heeft op de rest van de wereld Dat wil natuurlijk niet zeggen dat de kunst van de rest schatplichtig is aan de Westerse wereld. Wat wij willen openbreken met de term World Art Studies is het besef dat je, ook al bestudeer je alleen maar segmenten uit het westen, dat altijd in een groter verband moet zien, in een mondiaal perspectief. Dat is een basis-attitude die wij onze studenten willen aanleren.
Kun je iets vertellen over het belang van de connectie tussen wetenschap en kunst?
Met een collega ben ik een hele tijd bezig geweest met de vraag naar de rol van de kunst als een poort tot kennis of tot weten. Het gaat me niet om de cognitieve kant, maar om het idee dat je via de kunst iets kunt leren, iets kunt ervaren, kunst kan je ergens brengen, waar je anders niet zou komen.
Nu vallen kunst en creativiteit niet samen, maar het heeft wel heel veel met elkaar te maken, omdat bij creativiteit onmiddellijk aan kunstenaars wordt gedacht. Het is een andere manier van werken. Een collega van mij geeft al 30 jaar kunstgeschiedenis les op een kunstacademie. Ze zegt dat het in de kunst niet zozeer gaat om onderzoek doen als wel om ontdekkingen. Andersoortige ontdekkingen, omdat een kunstenaar anders met zijn materiaal omgaat en naar dingen kijkt en omdat hij niet in formats zit van economie of bedrijfsvoering of huishouden of wat dan ook. Hij heeft de vrijheid om die ontdekkingen te doen. De manier waarop dat functioneert kan overal in de maatschappij benut worden en dat is belangrijk.
Hoe geef je dat praktisch vorm in de maatschappij?
Met projecten op scholen zoals InterArt doet, door bij kleins af aan te beginnen bij kinderen, dat ze dat stukje eigenheid hebben. En de ene is er beter in dan de andere, maar iedereen heeft die potentie Het is een menselijke eigenschap, de een zal zijn creativiteit ontwikkelen tot een kunstenaarschap, en de ander tot wat anders. Iedereen heeft artistieke vermogens en die kun je aanscherpen. Dat kun je overal laten gebeuren en hoe meer je dat van jongs af aan doet hoe beter het is. Want het kunstonderwijs is in Nederland echt treurig, het is nihil ongeveer. Het moet onderdeel zijn van de zelfontplooiing van ieder mens. |
