Nieuw cultureel burgerschap, Stichting InterArt, Arnhem

 

VERKIEZING – Kandidaten


Jan Jaap van der Wal

Geinterviewd door Mirjam Perry

 

In wat voor omgeving ben je opgegroeid?

 

Ik ben opgegroeid in Leeuwarden, in de jaren ’80, dus dat wil zeggen dat ik in een beschermde omgeving ben opgegroeid. Ik ben geboren met een hazenlip en die heb ik nog steeds, maar mijn klas en de buurt waar ik woonde hebben daar altijd heel gewoon op gereageerd, dus daar heb ik niet veel last van gehad. Je hebt wel eens ruzie met jongetjes en je rent wel eens een keer wat achter elkaar aan, maar er werd niet gevochten.

 

Mijn ouders zijn hele slimme, rechtvaardige mensen. Mijn moeder heeft tot en met mijn middelbare schoolperiode en die van mijn zusje niet gewerkt. Dat is een bewuste keuze geweest, zodat er iemand is met een kop thee als je thuis komt. Dat was toen normaal, maar dat is inmiddels wel anders. Je moet twee ouders hebben die werken, want het leven is ingewikkelder en duurder geworden en dat betekent dat je toch net op een andere manier opgroeit. Er waren in die tijd wel wat eenoudergezinnen, maar dat is ongelofelijk toegenomen. Tegenwoordig is de opvoeding die ik heb gehad al ouderwets geworden. Dat is mijn omgeving, heel veilig en heel rechtvaardig en begrip- en liefdevol.

 

Wat is er Fries aan jou?

 

Ik maak mezelf niet gauw druk. Ik heb het heel druk en ik kan me ook druk maken, maar ik ben redelijk nuchter. Dat is wel iets dat uit het noorden komt. Ik kijk altijd even de kat uit de boom, ik geef mezelf nooit meteen helemaal. Dat is wel goed, want je komt in een hele rare, theatrale omgeving terecht waarin mensen heel veel van je willen. Je kunt binnen drie maanden op tv als je dat wilt en zo zijn er veel mogelijkheden. Het is goed om daar rustig naar te kijken en dan is je omgeving heel belangrijk, de mensen die je adviezen geven, maar voor jezelf is het ook belangrijk dat je rustig blijft, zit en kijk en luister.

 

Wat zijn belangrijke gebeurtenissen geweest tijdens jouw jeugd?

 

In principe vormt alles je: je leraren op school, het vriendinnetje dat je wel of niet krijgt. Ik zat op een gymnasium in Leeuwarden en daar gebeurde niet zo heel veel. Dat betekent dat als er iets gebeurt dat heftig is, dat dubbel zo hard aankomt, maar ook dat alles in redelijke harmonie ging. we leken allemaal op elkaar, je had niet het gevoel dat je iets moest compenseren of dat er een wedstrijd-sfeer was. Ik kan me voorstellen dat het nu op een middelbare school in een grote stad iedere dag een soort gevecht is tegen van alles, als bijvoorbeeld mode die alsmaar ontwikkeld. Het enige dat misschien heftig was is dat ik in mijn jeugd 13 keer ik het ziekenhuis heb gelegen omdat ik geopereerd moest worden, maar dat was tot mijn 10de eigenlijk ook alleen maar leuk, want dan hoefde je niet naar school en dan kreeg je cadeautjes en er was zorg en aandacht. Op een gegeven moment wilde ik wel een vriendinnetje, maar ik zag er niet uit voor mijn gevoel en dat zijn dan wel de iets heftigere momenten, maar ik heb dat altijd ook wel weer kunnen relativeren. Vanaf mijn 10de, toen de operaties iets ingrijpender werden en ik steeds twee weken achter elkaar weg was, voelde ik me wel anders ten opzichte van mijn klasgenootjes. Op die leeftijd heeft dat wel impact. Uiteindelijk ben ik solo-artiest geworden en dan zullen achter mij tien psychiaters zeggen dat het daarmee te maken heeft en ik denk dat dat ook zo is, omdat je toch op een bepaalde manier op jezelf wordt teruggeworpen, ook al was dat niet dramatisch.

 

Bij Comedytrain zat ik eigenlijk in dezelfde veilige omgeving als ik tijdens de middelbare school gewend was: een kleine groep mensen, allemaal leuke, intelligente mensen die allemaal alleen iets positiefs met je voor hebben. Er was geen concurrentie of kift of narigheid, dus eigenlijk gleed ik van het ene warme bed in het andere, dat was wel heel prettig.

 

Was dat na je middelbare-schoolperiode?

 

Ja, toen ik mijn diploma had gehaald ben ik gaan studeren, dat heb ik twee weken gedaan en toen kwam ik bij de comedytrain terecht. De kleinkunstacademie sprak me niet aan, omdat ik daarvoor auditie moest doen. Ik kan niet zingen en ik houdt niet van het competitieve element en dat hoort wel heel erg bij de kleinkunst. De audities bij de Comedytrain waren veel vrijblijvender, daar heb ik gewoon opgetreden en dat ging allemaal heel speels en leuk. In het begin trad ik een keer per week op, dus kon ik door de week gewoon nog naar college gaan, maar mijn interesse ging steeds meer naar Toomler uit.

 

Waar komt je maatschappelijke betrokkenheid vandaan?

 

Op de middelbare school heb ik altijd trouw gediend in leerlingenraden en ook in een medezeggenschapsraad voor de hele school. Daarin was ik altijd wel vrij fanatiek en geïnteresseerd. Ik denk dat die interesse uiteindelijk ook dat engagement heeft opgeleverd in mijn theatershows. Dat is voor mij eigenlijk totaal vanzelfsprekend en dat is misschien raar omdat mensen dat in cabaret niet meer gewend zijn, maar ik vind het wel leuk om te doen. Het komt ook wel voort uit een soort onzekerheid en het iets willen leren kennen. Heel veel mensen die kijken naar die shows denken: Oh, die gozer denkt dat hij het allemaal snapt, die heeft het gelijk aan zijn kant. Ik heb helemaal niet het gelijk aan mijn kant, maar ik interesseer me wel voor dingen dus ik lees dingen en ik heb daar ook mijn gedachten over en die lijken in sommige gevallen ook wel te kloppen, dus dan is het logisch dat ik daar ook iets mee wil als ik op het podium sta. Maar uiteindelijk probeer ik er gewoon achter te komen hoe de wereld in elkaar zit, zodat ik het zelf begrijp. Daardoor confronteer ik automatisch mensen met manieren van kijken die ze niet gewend zijn. Een kunstwerk is iets op zichzelf en de mensen die ernaar kijken die passen zich daaraan aan, ze verhouden zich daartoe, ze vinden het mooi of niet. Zo is cabaret ook een kunst dus ik vind dat je iets mag maken waar mensen zich aan aan moeten passen. Wat je de laatste jaren ziet, is dat het vaak amusement wordt, dus dan maak je iets waarvan het publiek al weet wat er gaat gebeuren. Ik probeer mensen te laten twijfelen aan dingen die vanzelfsprekend lijken en op dingen die de meeste mensen belachelijk vinden laat ik een theorie los waardoor mensen het als iets normaals gaan zien. Ik wil mensen niet tot iets bewegen, maar mensen denken mij van iets te kennen en dan komen ze de zaal binnen en dan trek ik ze eerst die kant op, om vervolgens een andere richting te nemen. Dan gaan mensen zich tot het kunstwerk verhouden en zich misschien ook aan mij irriteren, maar in ieder geval gebeurt er iets in het hoofd van de mensen, dat anders niet was gebeurd. Ik vind het ook belangrijk dat mensen een leuke avond hebben en dat mensen lachen, maar een leuke avond kan ook betekenen dat je nog een uur napraat over iets. Het is niet zo dat ik mensen iets wil leren. Als ik Marco Borsato afmaak, dan is dat aan de ene kant iets heel concreets, maar eigenlijk heb ik het over iets dat hij is, dat hij representeert en dat is een belangrijke nuance.

 

Je bent scherp tegen de politiek en tegen bekende Nederlanders, maar in een interview zeg je dat jongeren maar hun eigen weg moeten zien te vinden. Denk je dat “doen waar je zin in hebt” voor jongeren genoeg is om hun eigen weg te vinden?

 

Het is goed om jong te zijn en daarin maak je allerlei fouten, maar ik ben er zeker van dat het jochie dat in Amsterdam-West een auto in de fik steekt over twintig jaar daarop terugkijkt en denkt: “dat was toch niet heel slim.” Daar geloof ik in. Er komt een moment, dat heet volwassen worden of je komt een vrouw tegen die je aanpakt, je komt uiteindelijk allemaal in een proces waarin je volwassen wordt en waarin je hopelijk ook ietsje slimmer wordt en dat komt bij iedereen. Maar ik denk dat in Nederland iedereen steeds langer op zijn jong-zijn wordt aangesproken. Het hele gedoe van televisie maken voor jonge mensen en lekker jong blijven zorgt ervoor dat mensen het volwassen worden steeds meer uitstellen. Ik denk dat dat wel een probleem wordt. Zeg dat mensen tien dingen moeten hebben meegemaakt voor ze enigszins kunnen reflecteren en volwassen kunnen worden. Nu zijn er heel veel mensen die gaan trouwen als ze pas vier dingen hebben meegemaakt. Na een paar jaar komen ze erachter dat ze nog zes dingen mee moeten maken, maar dan hebben ze wel al een kind. Daar ontstaan heel veel rare hobbels en moeilijkheden. En ondertussen is het zo dat er vanuit de maatschappij ook geen sturing of referentie meer is en dat kan uiteindelijk wel voor problemen gaan zorgen. De huidige generatie jongeren is uiteindelijk vrij braaf en burgerlijk. Ze trouwen heel snel en gaan al snel om economische redenen samenwonen en een huisje kopen, terwijl er nog van alles moet gebeuren. Ik heb het wat dat betreft wat makkelijker gehad, omdat ik in een vak zit waarin dat heel erg wordt uitgedaagd en gestimuleerd, je moet heel erg met je gevoel en met jezelf bezig zijn en komt dan heel snel problemen tegen, dus die leer je ook snel oplossen. Je moet jezelf altijd blijven ontwikkelen en verdiepen, maar dat moet iets zijn dat in jezelf wordt aangewakkerd, dat kun je niet opleggen. Je kunt wel op verschillende gebieden proberen situaties te creëren waarin je geaccepteerd krijgt dat er mensen zijn die zich ontwikkelen. Je kunt voorbeelden creëren, een soort helden, een code. Van Kooten en de Bie waren toch een soort code. Voor mij is Freek de Jonge nog wel een inspiratiebron en Theo Maassen, maar dat zijn wel de laatsten.