VERKIEZING – Kandidaten |
![]() |
Jan Piet van der MeerGeinterviewd door Quirine Vervloet.
Jan Piet van der Meer studeerde rechten en bedrijfskunde. Op twintigjarige leeftijd zette hij met een vriend zijn eerste onderneming op die vrij snel werd verkocht. Na een carriere in het bankwezen en in de modewereld raakte Jan Piet van der Meer in 2003 betrokken bij NedStack waarvan hij tot op heden directeur verkoop en marketing is. NedStack is een afsplitsing van Akzo Nobel. In 1999 ging NedStack als onafhankelijke onderneming verder met de ontwikkeling van brandstofcellen waarmee Akzo Nobel in 1989 begonnen was.
Wilt u iets vertellen over uw achtergrond? Welke waarden hebben uw ouders u meegegeven?
Ik heb eigenlijk een redelijk gunstige achtergrond. Mijn vader was een echte ondernemer en heeft in die hoedanigheid een sterke invloed op mij gehad. Hij had altijd een goede baan, waardoor we thuis een sterke financiele basis genoten. De belangrijkste waarden die ik van thuis heb meegekregen zijn verantwoordelijkheid en betrouwbaarheid: als je verantwoordelijk bent, dan moet je het ook zijn en als er verantwoordelijkheid genomen moet worden dan moet je het ook nemen. Dat kader heeft zijn geldigheid niet verloren.
Welke opleiding heeft u gevolgd?
Na het behalen van het vwo-diploma op de middelbare school ben ik rechten gaan studeren. Na mijn kandidaats rechten ben ik bedrijfskunde gaan studeren in Delft. Die studie bestond toen nog alleen in de vorm van een post-kandidaats. De wens om ondernemer te worden zat er al heel vroeg in, rechten was daartoe eigenlijk een opstapje dat nu eenmaal noodzakelijk was. Mijn studie bedrijfskunde heb ik zeer snel voltooid. Dat had te maken met interesse, ik was ervoor in de wieg gelegd.
Hoe heeft uw carrière zich van daaruit ontwikkeld?
In feite zit ik nu in mijn derde carriere. Ik ben tien jaar bankier geweest. Toen heb ik van 1992 tot 2002 in de mode gewerkt, dat was een heel leuke ervaring. Het is heel creatief en je komt erg leuke mensen tegen. Aan de andere kant is het ook heel zakelijk. Die combinatie heb ik ook in mijn huidige werkzaamheden bij NedStack gevonden.
Is geld een middel of het doel van ondernemerschap?
Ik ben er diep van overtuigd dat ondernemen om het geld op niets uitloopt. Als geld het doel is van ondernemerschap dan leidt dat tot korte termijn gedachten en besluiten: die leiden tot niks. Ondernemen betekent investeren om de lange termijn-doelen te bereiken. Een gezond bedrijf opzetten vraagt investeringen die niet op korte termijn geld opleveren.
U bent gekozen tot een van de 25 meest geëngageerde ondernemers van Arnhem, waarom?
We hebben bij NedStack een apparaat ontwikkeld waarin waterstof elektriciteit en warmte maakt, met water als afvalproduct. Het promoten van deze schone methode in Arnhem en het naar buiten brengen van deze ontwikkelde technologie in Nederland en de rest van de wereld, heeft er denk ik voor gezorgd dat ik gekozen ben. Dat Arnhem ons als ondernemers belangrijk vindt heeft daarmee te maken. Arnhem houdt van een aantal dingen, een daarvan is dat het schoon is.
Is de brandstofcel vanuit het oogpunt van duurzaamheid ontstaan?
Ja. Het is een veel efficiëntere conversie-methode (omzettings-methode) dan bijvoorbeeld de verbrandingsmotor van huidige autos. Het heeft 50% minder energie nodig en de energie díe opgewekt en gebruikt wordt, is schoon. Bovendien kan waterstof uit alles en nog wat gemaakt worden, wat ons minder afhankelijk maakt van fossiele brandstoffen. Dus het is en-en!
Wat houdt uw functie bij NedStack in?
Het is mijn taak om het bedrijf en haar project over de bühne te krijgen in het land en in de wereld. Ik maak als het ware de vertaling naar de maatschappij. Omdat ik geen achtergrond heb in de techniek kan ik het op een toegankelijke manier uitleggen.
Heeft u bij NedStack uw plek gevonden? Ligt hier uw passie?
Hier ligt absoluut mijn passie! Dat merk ik bijvoorbeeld aan de persoonlijke energie die ik uit het werk haal. Nu moet ik wel zeggen dat ik ook voor mijn andere twee carrieres passie had. Maar bij NedStack komt heel veel samen uit die eerste twee werkgebieden. Het zakelijke en financiële uit het bankwezen waarbij je daadwerkelijk bezig bent bedrijven te redden om daarmee te voorkomen dat honderden werknemers op straat komen te staan. En het creatieve uit de modewereld. Daarnaast speelt hier ook nog het technische en het maatschappelijke aspect dat in de eerste twee wat minder vertegenwoordigd was.
Wanneer is die maatschappelijke kant belangrijk geworden?
Op een gegeven moment kom je op een leeftijd des onderscheids. Voor mij was dat ook het punt waarop het maatschappelijke steeds meer een rol ging spelen in mijn keuzes en werkzaamheden. De keuze om uit de modewereld over te stappen naar NedStack heeft daar ook mee te maken. De mode is een erg fluctuerende branche. Ze biedt weinig zekerheid aan haar werknemers. Dat manifesteerde zich het duidelijkst na de aanslagen van 11 september. Negen maanden daarna lag de handel met Amerika totaal stil. Dat was een heel enge periode waarin je met honderd werknemers langs de rand van de afgrond liep. Voor mij was dat een punt waarop ik dacht: we zijn hartstikke gek met zijn allen. Er is te weinig grip op het geheel. Bij de kredietcrisis gebeurt nu overigens iets dergelijks, maar dan nog erger. Schone energie heeft hier gelukkig niet onder te leiden – althans, nog niet.
De maatschappelijke drijfveer achter mijn keuze voor NedStack is dat het echt een oplossing biedt voor het energieprobleem en het milieuprobleem waar we op dit moment heel hard tegenaan lopen. Maar er moet nog heel wat gebeuren. Op de eerste plaats moeten er keuzes gemaakt worden en dat blijkt in de praktijk heel moeilijk blijken te zijn.
Waar en door wie moeten die keuzes worden gemaakt?
De politiek zal hier een smaakmakende rol in moeten spelen. Partijen als de VVD zeggen dat de markt dat moet doen, maar in feite is de markt daar niet toe in staat. Als de markt het moet doen dan laat je het bijvoorbeeld over aan de auto-industrie. Waar is de auto-industrie goed in? In het maken van autos zoals ze nu zijn. Om over te stappen op de brandstofcel zal de industrie alles wat men tot nu toe weet even moeten vergeten om met een schoon tekenvel te beginnen. Dat betekent tegelijk een enorme investering en een versnelde afschrijving van alle investeringen die zijn gedaan om te komen waar de industrie nu staat. Dat gaat niet gebeuren. Er is dus een overheid nodig die een sturende rol wil spelen.
Eigenlijk vraagt u dus om een politieke mentaliteitsverandering?
Het heeft inderdaad met mentaliteit te maken, en met het durven maken van keuzes. Het gaat om de erkenning dat we een energieprobleem en een milieuprobleem hebben. De media wekken de suggestie dat de keuze in de politiek wel gemaakt is, maar als je werkelijk naar beleid gaat kijken dan gebeurt er eigenlijk niet zoveel. Het staat niet op de politieke agenda. We moeten het er dus heel langzaam op zien te krijgen.
Wat zijn uw kwaliteiten: wat maakt u goed in uw werk?
Ik ben hopeloos enthousiast en optimistisch! Daar haalt mijn omgeving een enorme drive uit, en ikzelf trouwens ook. Vooral in deze bedrijfstak is het best wel eens moeilijk, maar om iets te bereiken moet je je daar overheen zetten. Je moet anders naar de situatie gaan kijken zodat je ziet hoe je het op een andere manier kunt doen. Het is ook een kwestie van volhouden: je niet uit het veld laten slaan bij de eerste tegenslag maar kijken hoe je het dan wel voor elkaar kunt krijgen. Ik probeer de mensen om mij heen daarin ook een handje bij te helpen. Bijvoorbeeld door te benadrukken waar hun eigen kwaliteiten liggen. Ik gooi er eigenlijk gewoon wat naïef enthousiasme tegenaan en dat blijkt te werken!
Welke competenties probeert u in uw omgeving over te dragen?
Het gaat om communiceren. In ons geval zelfs communiceren in verschillende werelddelen. Een Amerikaan is anders dan een Japanner. Je ziet hoe in verschillende landen op verschillende manieren wordt gecommuniceerd. Zelf vind ik het leuk om te zoeken naar een gemeenschappelijke taal, manieren om elkaar ondanks de verschillen te begrijpen. Het intersubjectieve referentiekader dat we delen is de technologie. Bovendien sta ik er natuurlijk ook gewoon als mens, uiteindelijk blijken er dan weinig wezenlijke verschillen te zijn. Naast dat ik lol beleef aan het wereldwijde communiceren is het ook van levensbelang. Daarnaast geeft het inzicht in de Nederlandse mentaliteit. Wij zijn een beetje burgerlijk, maar wel degelijk. Dat burgerlijke zorgt voor een bepaalde geslotenheid en narrow-mindedness. Eigenlijk willen we ons niet voor de veranderingen openstellen. Ik vind het geweldig dat Rotterdam nu Aboutaleb als burgemeester verkiest. Dat is een enorme stap vooruit! Ik denk dat het ons gaat doen inzien dat hij op een heel andere manier communiceert met ongeveer een derde deel van de inwoners van Rotterdam, dat niet oorspronkelijk uit Nederland komt. Niet altijd lief en aardig: keihard als het nodig is. Maar hij zal wel voor de zaak blijven staan, en dat dwingt respect af.
Welke aanpassing vraagt de huidige maatschappij van de Nederlandse mentaliteit?
We moeten ruimer denken, anders durven denken. Dat wat wij inburgeren noemen moet worden herzien: eigenlijk zouden we met zijn allen moeten inburgeren. We moeten het kleinburgerlijke afschudden en de veranderingen wereldwijd en binnen onze maatschappij welkom heten! |
