Nieuw cultureel burgerschap, Stichting InterArt, Arnhem

 

VERKIEZING – Kandidaten


Jandino Asporaat

Geïnterviewd door Lieke Boersma

 
Jandino Jullian Asporaat werd in 1981 in Willemstad, Curaçao geboren. Elf jaar later vertrok de familie Asporaat naar Rotterdam. Na zijn schooltijd werkte Jandino korte tijd als schilder, maar al snel kwam hij achter zijn ware talent: entertainen.

Jandino begon zijn carrière in 2002 bij de Rotterdamse jongerentheatergroep ‘Young Stage’ waar hij twee seizoenen speelde. In de afgelopen 2 jaar heeft hij in diverse voorstellingen van Rotterdamse theatergroepen (Ro-theater, Rotjong), reclames (Hi, Wehkamp) en films (Deuce Bigalow, Staatsgevaarlijk) gespeeld. Verder presenteert, schrijft en componeert hij voor zichzelf en anderen.

Hij bereikte in 2005 de finaleplaats van het Camaretten festival. Met zijn optreden ‘Antilliaanse Pot’, een autobiografisch stuk, won hij de persoonlijkheidsprijs.
 
Waar ben je opgegroeid?
 
Ik ben geboren in Curaçao. Mijn moeder zorgde in haar eentje voor mij, mijn broers en mijn zusje; mijn vader woonde niet bij ons. Mijn moeder werkte daarom erg hard en ik bracht veel tijd door bij tantes. Waar wij woonden was de omgeving heel toegankelijk, deuren waren altijd open en we leefden vooral buiten. In het weekend gingen we naar het strand. Ik heb een zorgeloze jeugd gehad. Op mijn elfde kwamen we in Nederland en gingen we in Rotterdam Zuid wonen; daar was mijn kindertijd zwaarder. Er werd in Nederland erg op uiterlijk gelet, maar wij hadden thuis geen geld voor dure kleding. Ik besefte al gauw dat ik, als ik ergens wilde komen, mijn best doen moest om iets te maken van mijn leven.
 
In Curaçao voelde je je al heel snel rijk met het beetje dat je had. In Nederland was dat heel anders: de gordijnen zijn hier altijd open, maar je moet wel een afspraak maken om naar binnen te komen. De gordijnen zijn open om te laten zien wat iedereen heeft. Thuis hadden wij niet zoveel. Ik was erg klein, droeg een bril en had niet zulke hippe kleding dus ik moest wel creatief zijn om gehoord te worden. Maar ik had een wapen: ik had altijd gelijk een antwoord klaar. Toen was ik opeens de grappige, leuke jongen.
 
Wist je toen al wat je wilde?
 
Mijn moeder had drie baantjes tegelijk op Curaçao. Mijn vader had een goedlopend bedrijf en ik vroeg me als kind af waarom mijn moeder dan zo hard moest werken. Ik leerde er wel van. Ik dacht, als mijn moeder het kan, dan kan ik het ook. Als ik iets wil dan ga ik er voor, ook al moet ik het allemaal zelf doen. Heel veel mensen verschuilen zich achter hun mooie kleding of hun scooter, of achter hun vrienden. Als dat allemaal wegvalt, wat heb je dan nog over? Dan moet je wel sterk in je schoenen staan want je komt erachter dat je eigenlijk niet weet wie je bent. Ik moest wel weten wie ik was want ik had die uiterlijkheden niet om mij achter te verschuilen. Het was noodzaak voor mij om me op een andere manier te uiten.
 
Is er een persoon die invloed heeft gehad in je leven?
 
Ik observeer veel en daardoor leer ik van andere mensen. Mijn moeder en ik moesten alles alleen doen, zeker toen we in Nederland kwamen want hier hadden we geen familie. We leefden in een wijk waar mensen de moeite namen om ons te leren kennen en daardoor raakte ik geïnspireerd. Als mensen hun hand uitreiken pak je die graag aan. Je kunt ook in je schulp kruipen en klagen over hoe moeilijk je het wel niet hebt, maar je kunt het ook anders bekijken. Je kunt je zegenen tellen en de kleine dingen waarderen.
 
Hoe ben je bij komedie gekomen?
 
Ik wilde eigenlijk interieuradviseur worden, maar toen bleek dat die opleiding opeens niet meer bestond. Ik heb toen een tijdje in de bouw gewerkt, maar daar voelde ik me niet op mijn plek. Met mijn vrienden ben ik een band begonnen. We konden helemaal niet zingen, maar we gingen toch elke dag, om zeven uur ‘s ochtends, oefenen en bleven het proberen. De band is nooit wat geworden, maar het was het begin. Ik ging zoeken naar mijn eigen stem en toen was het fantastisch. Als je gewoon jezelf blijft komt het goed. Je moet naar jezelf willen kijken en durven luisteren. Je moet op je bek durven gaan, want dat gaat zeker gebeuren.
 
Toen ben ik gaan acteren. Een regisseur adviseerde mij dat ik mee moest doen met Camaretten, dat nieuw voor mij was, en ik schreef me in. Ik kwam daar het podium op en bij de eerste zin begonnen mensen te lachen. Dat vond ik zo raar. Ik mocht opeens naar de halve finale voor 1500 mensen, in het Luxor in Rotterdam! Als ik dat had geweten, had ik het nooit gedaan. Het geloof in mezelf heeft me gelukkig erg geholpen. Mijn programma was nog niet af, maar er stond wel iemand op dat podium. Ik was me er van bewust dat als ik naar tien wilde, ik wel bij één moest beginnen. Niet iedereen vindt je leuk, maar dat hoeft ook niet. Ik doe het gewoon en ik zet door.
 
Is er ook wel eens iets verkeerd gegaan?
 
Er waren momenten dat ik aan mezelf ging twijfelen. Er is heel veel jaloezie en afgunst in dit vak. Ik speel altijd prima, maar anderen gaan je vertellen dat je dingen anders moet doen. Ik ben zo dom geweest om naar die anderen te luisteren en ging mijn act veranderen. De act ging vervolgens helemaal niet goed. Ik was toen heel erg eerlijk en vertelde het publiek dat ik niet meer wist wat ik aan het doen was. Ik kreeg een applaus omdat het publiek zag dat ik het echt had geprobeerd. Het is wat anders als je jezelf gaat veranderen omdat anderen vinden dat je dat moet doen. Ik dacht toen: dit gebeurt mij nooit meer.
 
Waar voel je je thuis?
 
Ik voel me op beide plekken thuis, in Curaçao en Nederland. Ik ben heel lang boos geweest op Curaçao vanwege mijn vader, daardoor keek ik op een andere manier naar het eiland. Mijn moeder leerde me dit: je kunt pas ergens naar toe als je weet wie je bent. Daarom ben ik toch naar Curaçao gegaan. Ik heb daar vorig jaar voor het eerst opgetreden. Daar moet je mensen echt overtuigen dat ze een leuke avond gaan krijgen en dat ze zullen lachen, anders kopen ze geen kaartje. Tot mijn verbazing zat de hele zaal vol. Humor is universeel, maar ik heb daar heel anders moeten kijken. De sfeer is veel extremer en de beleving is heel anders. Ik heb hard gewerkt, maar ik was zo gelukkig. Ik voel me ook Nederlander en ik zou het succes dat ik hier heb niet in Curaçao kunnen hebben.
 
Neem je weleens tijd voor jezelf?
 
Ik besefte me laatst dat ik meer tijd voor mezelf moet nemen. De tijd gaat overdag altijd zo snel, er gebeurt heel veel tegelijk. Ik ben me erg bewust van tijd en ik probeer het zo goed mogelijk in te delen voor mezelf. Toch komt het er ook vaak op neer dat ik ’s nachts aan het werk ben. Dan schrijf ik veel. Ik kan dan om één uur achter de computer gaan zitten en zo tot 6 uur ’s ochtends doorgaan. Ik heb nu besloten dat ik echt de tijd moet gaan nemen voor bepaalde dingen. Bijvoorbeeld ontbijten; dat doe ik nooit. Op die manier wil ik mijn tijd beter indelen.
 
Is humor je passie?
 
Nee. Ik wil mensen gewoon blij maken. Humor is een tool. Ik heb een nummer over de dood en er kwam een vrouw naar me toe na de show. Zij was stervende en het nummer over de dood had haar enorm aangesproken. Op dat moment vergat deze vrouw dat ze stervende was. Ze besteedde haar laatste uren met mij en een groter cadeau kan je mij niet geven.
 
Als ik met iemand in de trein een leuk gesprek kan hebben, dan word ik daar al heel blij van. Je wilt dat mensen lachen omdat dat de bedoeling is van cabaret, maar je hebt ook de mogelijkheid om mensen iets mee te geven.
 
Is het moeilijk om een programma te schrijven voor een show?
 
Je moet keuzes durven maken. Het verhaal moet zichzelf gaan vertellen. Ik schrijf elke dag wat ik voel of wat ik om me heen zie. Passies van andere mensen intrigeren mij en daar schrijf ik over. De vorm waarin ik de dingen die ik beleef overbreng kan grappig zijn, maar wat er achter zit is een heel mooi verhaal over een bijzonder persoon.