VERKIEZING – Kandidaten |
![]() |
Mildred Roethof
Geïnterviewd door Jolanda van Benthem
Tekst: Irun Scheifes en Jolanda van Benthem
Mildred Roethof is programma- en documentairemaakster. Na een tijd gewerkt te hebben voor commerciële televisieprogramma’s wilde ze zich meer gaan beziggehouden met maatschappelijke thema’s. Voor AT5 en de NPS maakte ze de reportage-series Kort Amsterdams en Vals Plat. Ze reisde naar Zuid-Afrika om de documentaire Aids Avenue op te nemen waarin ze zich richt op aids, armoede en geweld in de township Khayelitshain Kaapstad. Voor de KRO maakte ze de aflevering Alles voor de bal (3Doc) waarin ze drie voetballers op gevoelige en persoonlijke wijze portretteerde wat in de sportjournalistiek zeer ongebruikelijk is. Haar nieuwste documentaire die ze eveneens voor de KRO maakte, is Sex Sells waarin ze Nederlandse jongeren uit de stad en van het platteland interviewt over hoe zij aankijken tegen seksualiteit. Nuance en diepgang vindt Mildred belangrijk in haar werk. Voor de redactie van Stichting InterArt was dat de reden om haar te nomineren voor de award van Nieuw Culturele Burger 2008.
Hoe was jouw jeugd?
Nederland is mijn geboorteland. Ik ben geboren in Utrecht en opgegroeid in Zwolle, maar op mijn twaalfde besloten mijn ouders om naar Suriname te verhuizen. Dat maakte enorme indruk op mij. De overgang tussen Suriname en Nederland was groot; de gewoontes, de mentaliteit en de cultuur waren anders. Ik ging naar het Vrije Atheneum, dat was een particuliere school. Mijn klasgenoten en ik kwamen uit relatief rijke gezinnen. Ik had een ander accent dan de mensen om me heen in Suriname. Door dat Nederlandse accent vonden ze mij een beetje raar op school. Toen ik op mijn eerste schooldag trots met mijn nieuwe leren schooltas het schoolplein opkwam, bleek iedereen een linnen tasje bij zich te hebben. Wat een teleurstelling. Ik was en bleef een buitenbeentje.
Waarom ben je teruggegaan naar Nederland?
Ik had in Suriname het gevoel dat mijn roots in Nederland lagen. Ik kon niet aarden in Suriname, er heerste een hokjesmentaliteit. Toen ik achttien was ging ik terug naar Nederland om te studeren. Ik wist toen nog niet zo goed wat ik wilde, ik twijfelde tussen de school voor journalistiek, de toneelschool en de sociale academie. Omdat ik een aantal vriendinnen had op de sociale academie koos ik uiteindelijk voor de laatste mogelijkheid.
Hoe ben je in de journalistiek terecht gekomen?
Het was niet mijn droom om de journalistiek in te gaan, maar ik wist wel vrij vroeg in mijn leven dat ik de media interessant vond. In Suriname presenteerde ik al op mijn vijftiende een radioprogramma. Terug in Nederland ging ik programma’s presenteren bij Martradio, een multicultureel Amsterdams RTV-station. Mijn opleiding aan de sociale academie maakte ik niet af, in plaats daarvan ging ik stage lopen bij de NOS en de Media-academie. Na mijn stage werkte ik als presentatietechnicus in de uitzendstraten/eindregie van de publieke omroepen.
Op dat moment was ik nog zoekende naar wat ik in mijn loopbaan nu echt belangrijk vond. Op een gegeven moment kwam ik er achter dat het inhoudelijke deel me meer aansprak dan het technische.
Hoe maakte je carrière en kwam je uiteindelijk bij de NPS terecht?
Door te laten zien dat ik enthousiast was, dat ik er altijd voor ging, kon ik me ontwikkelen. Ik stapte gewoon op mensen af als ik ergens wilde werken.
Ik begon als redacteur bij het programma Veronica goes gay van de zender Veronica, heteerste programma dat ik mede ontwikkelde. In een stroomversnelling leerde ik het redactievak. Daarna heb ik als verslaggever en itemregisseur van veel verschillende entertainment- en infotainmentprogramma’s gewerkt. Ik heb onder andere voor All you need is love en RTL Boulevard gewerkt. Het ging goed, iedere bekende Nederlander had ik wel gesproken en ik ontmoette ook veel buitenlandse sterren: van Britney Spears tot Richard Gere. Ik ontlokte vaak spraakmakende interviews.
Uiteindelijk besloot ik me te richten op tv programma’s waar meer ruimte gegeven wordt aan maatschappelijke betrokkenheid. Ik wilde me meer concentreren op maatschappelijk georiënteerde programma’s, ik wilde verdieping. Ik kreeg de kans inhoudelijke korte portretten te maken voor AT5 (de Amsterdamse stadszender). Een jaar werkte ik als freelancer, onder andere aan reportages voor Kort Amsterdams. Ik had veel vrijheid om te kiezen wie ik portretteerde. Daarna kwam ik bij de NPS terecht, ik had behoefte aan meer inhoud en een groter bereik. Ik vind het belangrijk dat als ik iemand film, de persoon in kwestie de tijd krijgt om uit te leggen wat er aan de hand is. Bij de NPS kreeg ik die tijd en kon ik programma’s maken die meer diepte hadden.Vals Plat was zo’n programma; ik portretteerde mensen en mocht zelf mijn keuzes maken. Het was echteen speeltuin voor mij.
Wat voor een ontwikkeling heb je doorgemaakt sinds je maatschappelijk betrokken programma’s begon te maken?
Er is zes jaar overheen gegaan tussen de documentaires Sex sells en Alles voor de bal die ik in opdracht van de KRO(3Doc) maakte, Premtime, Tros Opgelicht, Aids Avenue, Vals Plat en Kort Amsterdams. Na verloop van tijd kreeg ik meer ruimte, omdat ik als programmamaker naam maakte en goede kijkcijfers scoorde. Ook al zegt men van niet, maar voor de publieke omroep zijn kijkcijfers ook erg belangrijk. Voor Kort Amsterdams maakte ik korte reportages van vijf à tien minuten en voor de documentaire Alles voor de bal, dat ik meer recent maakte, kreeg ik vijftig minuten. Nu ik meer tijd krijg, kan ik mijn verhaal genuanceerder vertellen.
In het begin was het eng om vragen te stellen en ging ik met een omweg af op wat ik wilde weten. Nu sla ik de omweg over, ik ben veel directer geworden. Ik denk dat ik als interviewer een sterke ontwikkeling heb doorgemaakt. Verder heb ik geleerd dat je mensen soms tegen zichzelf in bescherming moet nemen. Dat was bijvoorbeeld bij de Vrije Radicalen het geval. Een documentaire die gaat over Ronnie, een hangjongere uit Rotterdam. Ik liet toen de camera draaien, maar besprak achteraf met hem dat hij goed moet nadenken over wat hij zegt en je soms niet alles moet vertellen. Als iemand het onderwerp is van een indringende documentaire kan dat de desbetreffende persoon vooral achteraf erg raken.
Wat wil je met je werk bereiken?
Ik wil graag een maatschappelijke bijdrage leveren. In mijn reportages en documentaires wil ik tonen hoe het volgens mij in elkaar steekt. Ik wil graag een eerlijk en waarheidsgetrouw beeld geven van de gekozen onderwerpen. Bepaalde onderwerpen worden in de media zwart-wit behandeld, de nuances missen. Neem bijvoorbeeld het ABN/Fortis verhaal. Je hoort nooit wat de fusie en de krediet-crisis betekenen voor het personeel. Ik vind het kort door de bocht dat de media aan deze groep mensen zo weinig aandacht besteden.
Ik ben niet kort door de bocht, ik zoek liever de verhalen achter mensen. Misschien kan ik op die manier een bijdrage leveren aan begrip tussen verschillende groepen mensen. Want aan wederzijds begrip ontbreekt het vaak in onze samenleving.
Wat heeft je geraakt tijdens je werk?
Ik werkte aan een documentaire waarvoor ik een jongen van dertien over zijn leven interviewde. Zijn verhaal was aangrijpend, ik moest bijna huilen toen ik het hoorde. Ik zei tegen mezelf: ‘Houd je in Mildred, dit is een jochie van dertien en zijn vader is erbij.’ Gelukkig kon ik mijn tranen bedwingen maar thuisgekomen was ik volkomen van slag.
Toen ik in de townships van Kaapstad verbleef om Aids Avenue op te nemen, samen met mijn collega Meral Uslu, werd ik diep geraakt door wat ik daar zag. Weer terug in Nederland moest ik echt even bijkomen. Je wilt zo veel veranderen, maar je kunt zo weinig doen. Met mijn werk hoop ik een klein beetje verschil te maken. Ik ben blij als ik merk dat ik mensen aan het denken zet.
Hoe probeer je dat kleine beetje verschil te maken en mensen aan het denken te zetten?
Af en toe kan ik tijdens het filmen van mijn documentaires aanzetten tot kleine veranderingen. In Zuid-Afrika bijvoorbeeld ontmoette ik een blinde vrouw; haar kinderen zorgden voor haar en haar huis verkeerde in slechte staat. Dieven konden gemakkelijk binnenkomen: haar dochtertje is zelfs verkracht. Ik heb toen contact opgenomen met Sociale Zaken in Kaapstad en kon ervoor zorgen dat de vrouw nu een betere woning heeft. De Zuid-Afrikaanse overheid wil natuurlijk geen negatieve aandacht van de westerse media, helemaal niet nu het WK-voetbal van 2010 voor de deur staat. Dat is de kracht van de media.
Ook in Nederland heb ik gemerkt dat deze kracht ertoe doet. Ik leerde tijdens mijn werk een vrouw kennen die gedurende vijf maanden haar bijstandsuitkering niet had ontvangen. Ze had een medisch dossier, was moeder van vijf kinderen en dreigde haar huis uitgezet te worden. Ik heb toen de Sociale Dienst en de woningbouwvereniging benaderd, wederhoor toegepast en die instanties geconfronteerd met de situatie. De instanties wilden liever niet dat ik er een item van maakte, omdat ze ongelijk hadden en besloten vrij snel de moeder met terugwerkende kracht bijstand te verlenen. Ze kon blijven wonen waar ze woonde.
Of dat machtsmisbruik is? Nee, natuurlijk niet, ik moet een verhaal altijd checken bij meerdere partijen. Ik ben begaan met die mensen, ik ben in mensen geïnteresseerd. Ik kan niet tegen onrecht. Slechts in een enkel geval kan ik helpen, voor het overige hoop ik bewustzijn te creëren bij de diverse mensen.
Heb je wel eens te maken gehad met tegenslagen?
Ja, het kan ook mislukken. Zo filmde ik voor de Vrije Radicalen van de NPS een jongen in Rotterdam, Ronnie, die ontspoord was. Ik had een stage voor hem geregeld bij John Leerdam die zich binnen de PvdA bezighoudt met onderwijs, integratie en culturele projecten. Ik probeerde die jongen te leren dat hij moet laten zien dat hij er moeite voor wil doen om iets te bereiken. Maar die jongen liet het uiteindelijk afweten, de stage ging niet door. Dat vind ik dan jammer maar toch weerhoudt me dat er niet van om mensen proberen te helpen. Als iemand op straat van de fiets valt, loop je toch ook niet verder?
Wil je aan de Tien Geboden van het Nieuw Cultureel Burgerschap nog competenties toevoegen?
Aan de competenties van InterArt wil ik toevoegen dat je moet blijven geloven in jezelf en ervoor moet gaan. Je moet niet bang zijn om een ‘nee’ te krijgen. En komt er een keer een ‘nee’, dan moet je kijken hoe je een ‘ja’ uit de hoed kunt toveren. Voor rand-groepen is dat erg moeilijk. Het is een klap in je gezicht als je ‘nee’ krijgt van mensen tegen wie je opkijkt.
Welke competenties passen bij jou?
Ik denk dat ik doorzettingsvermogen heb. Nieuwsgierigheid en autonomie, ze passen bij mij. Ik zou niet zo goed weten hoe ik anders zou willen en kunnen werken en leven. Ik vind het belangrijk om verhalen te vertellen; ik vind het belangrijk dat ik de mogelijkheid krijg dat te blijven doen.
Heb je nog dromen voor de toekomst?
Ja, ik heb nog dromen. Ik wil graag onafhankelijker worden. Ik zou graag op een stabielere basis documentaires, reportages en series willen produceren. Ik wil als onafhankelijk producent werken in mijn eigen bedrijf met een aantal gedreven mensen in dienst in plaats van de ZZP-er (zelfstandige zonder personeel) die ik nu ben. Als freelancer huur ik steeds mensen in om met mij te werken, hoe mooi zou het zijn als ik in de toekomst met een vast clubje mensen werk! Het lijkt me super als ik de mogelijkheid krijg daarbij jongeren van de straat te betrekken.
|
