VERKIEZING – Kandidaten |
![]() |
Ben de Kok
Geinterviewd door Mirjam Perry
Ben de Kok is al 29 jaar meester op basisschool ’t Palet in de schilderswijk in Den Haag. Ook is hij de hoofdpersoon van de documentaire “Meester Ben”, een ode aan alle meesters en juffen die zich net als hij voor honderd procent inzetten om de kinderen in hun klas een degelijke basis aan zelfvertrouwen, omgangsvormen en waarden mee te geven die ze nodig hebben bij het verwerven van een plek in de maatschappij.
In wat voor omgeving ben je opgegroeid?
Ik ben in Delft opgegroeid, in een katholiek gezin, op een katholieke school en ik zat bij een katholieke voetbalvereniging. Het was een hele warme wereld. Die warmte ervoer je in de manier waarop mensen met elkaar omgingen. Toch zou ik mijn eigen kinderen niet in die wereld willen laten opgroeien, omdat het niet meer past in onze tijd. Je kon het je als katholiek jongetje bijvoorbeeld niet permitteren om met een protestants jongetje te gaan voetballen. Dat ging heel ver. Tijdens mijn middelbareschooltijd heb ik een hele snelle omwenteling meegemaakt. Ik ben 54 dus ik ging in 1960 naar de eerste klas en in de 70-er jaren veranderde er heel veel. Het hokje waarin je zat werd al heel snel geen hokje meer. Je kon overal naartoe en dat was een hele ontdekking.
Wat ben je na je middelbareschooltijd gaan doen?
Ik was toen 17 en ben naar de PABO gegaan. Ik was er absoluut van overtuigd dat ik zo de wereld kon veranderen en dat gold voor praktisch iedereen die naar de PABO ging. Het gevoel van vrijheid en het gevoel dat er veel meer mogelijk moet zijn dan er toen mogelijk was, was heel belangrijk. Dat was de geest van die tijd. Mensen zijn individuen, dat begon toen heel sterk op te komen. De hokjesgeest paste niet meer, want iedereen was een individu met alle mogelijkheden die je als individu had. En dat moest je zo sterk mogelijk zien uit te buiten. In die tijd kon ik niet zo concreet vertellen wat ik wilde veranderen. Alleen het feit al dat we naar de PABO gingen zou bijna automatisch betekenen dat we heel veel konden bijdragen. Als meester kan ik niet zeggen dat door mijn optreden de maatschappij zo en zo is geworden. Ik kan wel van individuele mensen zeggen dat ze waarschijnlijk ten gunste zijn veranderd.
Hoe ben je in de Schilderswijk terechtgekomen?
Op een gegeven moment belde een schoolhoofd van een school hier vlakbij naar de directeur van de toenmalige PABO en die zei: ‘Ik heb straks iemand nodig. Wie is daar geschikt voor?’ Toen werd ik genoemd. Ik ben hierheen gekomen en nooit meer weggegaan. Op die school heb ik vier jaar lesgegeven, maar de school kende een terugloop van leerlingen. Toen ze op ’t Palet hoorden dat ik daar mijn baan kwijt zou raken, hebben ze me gevraagd of ik bij hen wilde gaan werken. Ik werk dus al 34 jaar in de schilderswijk. In die tijd is er hier veel veranderd. Je kunt je nauwelijks een voorstelling van maken van het beeld dat ik te zien kreeg toen ik 34 jaar geleden de wijk instapte. Het was een krottenwijk: er waren heel veel leegstaande huizen, huizen die dichtgetimmerd waren, huizen die gedeeltelijk gesloopt waren en dan niet door een sloopbedrijf. Het was een hele nare wijk om te zien. Toen ik hier begon woonden er voornamelijk nog autochtone Schilderswijkers en dat was een hele aparte groep. Je moet nooit op een groep een stempel drukken, maar in die tijd kon je dat eigenlijk wel doen. Het was een hele rechte manier van communiceren, een beetje onbehouwen in de goede betekenis van het woord en heel rechtstreeks, heel concreet, heel direct. En als ze je aardig vonden, dan kon je alles doen, dan was je een “gouden pik”. En als ze je niet aardig vonden, dan ging het niet. Ik heb mensen huilend de school zien verlaten. Er waren ook mensen die je voortdurend moest laten herhalen wat ze zeiden, want die praatten ècht Haags. Je moet je heel goed kunnen concentreren om te horen wat zo iemand nou zegt. Dat was leuk om mee te maken. Maar die oude Schilderswijkers die kom je nu nauwelijks meer tegen. In die eerste vier jaar was er al heel veel veranderd. Toen ik hier kwam waren hier voor de helft nog autochtone Schilderswijkers en daarnaast waren er veel Hindoestanen. Naderhand kwamen daar Turken bij en Marokkanen en andere nationaliteiten.
Hoe ben je met die veranderingen omgegaan, vond je dat lastig?
Nee. Je groeit in veranderingen. Dingen veranderen en je veranderd zelf ook mee. Dat zijn de feiten, daar ga je mee aan de slag. En dat was vroeger een stuk moeilijker dan het nu is. Want toen ik hier in ’78 binnenkwam in deze school, kreeg je er iedere maand wel één of twee kinderen erbij uit Turkije of Marokko. En dat waren kinderen die absoluut onaanspreekbaar waren. Dan zat je met klassen met soms wel meer dan 35 kinderen en daarin zat dan een groot aantal kinderen dat geen woord Nederlands verstond. Daar moesten we toch wel mee om zien te gaan. Een belangrijke manier om die kinderen Nederlands te leren was om de andere kinderen in te schakelen. Die zijn natuurlijk heel trots als ze de andere kinderen Nederlandse woordjes kunnen leren. Zo maak je de ene groep trots dat ze het kunnen en de andere dat ze het geleerd hebben. Zo is het klassikale lesgeven veranderd naar het individuele leren. Je werkt op de manier waarop je denkt dat het op een bepaald moment zo moet. Dan merk je: nu moet het zo. Maar daar groei je ook geleidelijk in. Als er iets verandert moet je mee veranderen, omdat het gewoon niet anders kan.
Ik merk dat je in je werk graag anderen sterkt in hun passie.
Ja, absoluut. Je kunt hier ook niet rondwandelen als je dat niet hebt. Ik denk dat het een voorwaarde is om
hier te kunnen rondwandelen. De selectieprocedure op deze school is heel streng. Als je hier op school werkt, dan kom je er heel snel achter dat je geen baantje van 8 tot 17 hebt en daar kan niet iedereen mee omgaan.
Heeft deze basisschool last van overheidsmaatregelen?
De basisschool is redelijk gevrijwaard van de allerergste maatregelen die genomen worden. Het allerergste was dat je op een gegeven moment hele grote scholengemeenschappen kreeg. Heel veel van de problemen die er nu zijn, zijn te herleiden tot die verandering. Ik heb heel lang groep 8 gedaan en dan moest je per kind bekijken naar welke school het moet. En ik had in de buurt de beschikking over twee kleine MAVO-schooltjes, dat heette toen nog MULO, twee LEAO-scholen, twee LHMO-schooltjes, twee LTS-sen en verderop nog een iets grotere scholengemeenschap voor HAVO en VWO die ik allemaal persoonlijk kende en die mij ook kenden. Ze konden altijd op mij terugvallen als er dingetjes misgingen en andersom. Van die scholen wist je wat voor sfeer er hing en wat voor mensen er waren en dan wist je: als je daar naartoe gaat, dan zit je op je plek en als je naar die andere school gaat, gaat het verkeerd. Zo kon je voor ieder kind een schooltje uitkiezen waarvan je wist dat het er goed zou komen. En dat is schrikbarend veranderd. Op een gegeven moment had je voor je kinderen de keuze uit verschillende plekken met heel veel ellende. Toen de verandering begon stond iedereen er vol ongeloof naar te kijken. Iedereen die op de basisschool werkte en vooral de mensen die in groep 8 lesgaven zeiden: ‘doe dat nou niet, dat gaat absoluut verkeerd’. Maar het ging gewoon door. Op die grote scholengemeenschappen had je één grote massa. Bij sommige kinderen wist je van te voren: dat gaat fout. Ik weet van veel kinderen dat het niet gelukt is, terwijl ik daarvoor had geweten dat het wel gelukt zou zijn. En dat proces is nog steeds niet gestopt. Gelukkig zijn er af en toe berichten van scholen die weer terug willen naar kleinschaligheid.
Is deze school altijd zo groot geweest als hij nu is?
Nee, we zijn begonnen in een pandje iets verderop, in een prachtig gebouw, precies zoals een school eruit hoort te zien. Met hoge lokalen, hoge lampen en galmende gangen. Toen hadden we 6 klassen en twee kleuterklassen, een handwerkjuffrouw en een gymmeester. In de loop van de tijd zijn we gegroeid tot een hele grote basisschool. De grootste verandering voor mijzelf was dat de kinderen vroeger als ze in groep drie zaten al wisten welke meesters en juffen ze in de andere klassen zouden hebben. Nu komen er in het begin van het jaar regelmatig kinderen mijn klas binnen die mij niet meer kennen. Dat is een hele grote verandering. En dat is jammer. Eigenlijk zou je een schooltje moeten hebben van groep 1 tot groep 8 met een handwerkjuffrouw en een gymmeester. Dat is groot genoeg.
Wat heb je in de tijd dat je meester bent geleerd?
Ik heb geleerd, en ik ben daar nog steeds mee bezig, om dat wat ik doe zo goed mogelijk te doen. Dat is een leerproces waar je eigenlijk nooit mee klaar bent. Een belangrijke eigenschap in mijn werk is genegenheid voor de mensen met wie je werkt. Want als je dat niet hebt, ben je niet echt en dan kom je niet over bij de kinderen. Dus zorg ervoor dat je echt bent en dat iedereen weet dat je er voor ze bent.
Hoe zie je het Nieuw Cultureel Burgerschap terug op ‘t Palet?
De maatschappij is heel sterk veranderd en daar moet je naar leven, zoals wij individueel les gingen geven omdat het andere niet meer kon. Je kunt niet met je hakken in het zand blijven staan als je in een maatschappij leeft die heel sterk verandert, want dan sta je op een gegeven moment buiten die maatschappij. Het gaat om het besef dat je bezig bent in een veranderende maatschappij, dat je oog moet hebben voor elk individu en dat je moet snappen en accepteren dat elk individu anders is. Wees daar blij mee en ga op zoek naar wat ons verbindt. Als je om je heen kijkt, dan kun je eigenlijk alleen maar dat idee ontwikkelen, dat kan niet anders. In de situatie in de klas is iedereen met iets anders bezig, maar je bent ook met één ding samen bezig. Namelijk met het feit dat je samen in de klas bent en dat je dingen doet die we fijn vinden om te doen, namelijk leren met elkaar. Dat bindt de klas. De kinderen groeien in deze school op als in een soort oase. En als je ergens in rust en genegenheid bent opgegroeid, maar dan genegenheid zonder slappe knieën, dan heb je een heel groot fundament om op te gaan staan en om verder op te bouwen. Je hebt iets om op terug te kijken en om op te staan, een basis voor autonomie. De kinderen die op deze school hebben gezeten, hebben een hele sterke basis gekregen.
|
