VERKIEZING – Kandidaten |
![]() |
Karima BelhajGeinterviewd door Mirjam Perry, tekst door Quirine Vervloet.
Karima Belhaj is geboren in Marokko. Ze kwam op vierjarige leeftijd naar Nederland met haar familie, om zich met haar vader te herenigen. Na de mavo, havo, en vwo volgde ze de verpleegkundeopleiding, waarna sociologie is gaan studeren. Als projectontwikkelaar is ze bij verschillende organisaties betrokken geweest. Ze houdt zich bezig met projecten die de positie van vrouwen en migranten in de samenleving versterken. Tegenwoordig werkt ze bij de afdeling dienst maatschappelijke ontwikkeling van de gemeente Amsterdam.
Wil je iets vertellen over de eerste periode van je leven?
Ik kom uit een dorpje in het noorden van Marokko. Oorspronkelijk kom ik uit een traditionele Berberfamilie, waarin familie en het dorp een belangrijke rol spelen. Mijn persoonlijke herinneringen zijn best wel positief: fijne opvoeding, leuke mensen om me heen, veel kinderen, neefjes en nichtjes om mee te spelen. Ik kwam toen ik 4 jaar was naar Nederland, met mijn familie. Het was de eerste keer dat we het dorp uitgingen, met de auto, het was een hele onderneming.
Waarom gingen jullie naar Nederland?
Mijn vader werkte hier al. Hij is een traditionele gastarbeider die toen geworven zijn begin jaren ’70. Hij ging naar Amsterdam en is persoonlijk gevraagd door een politieagent om hier te blijven, nadat hij bemiddelde bij een conflict tussen twee Marokkaanse vrienden. We kwamen naar Nederland omdat mijn vader dat graag wilde. Hij miste ons. Maar wat hij ook belangrijk vond was dat we naar school gingen, dat wij een kans kregen. Die kans zag hij hier in Nederland, gewoon goed onderwijs. Mijn vader heeft op een gegeven moment een ongeluk gehad. Hij werd arbeidsongeschikt, kwam zelfs in de bijstand terecht. Dan kwam ook nog de werkloosheidsperiode begin jaren 80 toen de fabrieken dichtgingen. Er was geen werk meer voor veel gastarbeiders.
Heeft je vader onder die werkloosheid geleden?
Ja, hij had een gevoel van onvrede: dit is het niet. Maar mijn vader zat niet thuis, hij was wel maatschappelijk actief. Dus dat compenseerde hij. Hij deed nog vrijwilligerswerk, was voorzitter van de moskee, hij deed wat voor illegalen, voor zieken in de zorg. Zo haalde hij wel de voldoening die hij nodig had als mens in de samenleving. Mijn vader maakte graag zijn statements, zette zich in voor dialoog. Hij sloeg bruggen naar Nederland. Ik herinner me dat hij een keer een diner had verzorgd voor alle onderwijzers van de basisschool. Dat soort dingen.
Heb je als kind het gevoel gehad dat je anders was door je achtergrond?
Ik realiseerde me wel dat ik anders was. Maar dat is geen probleem bij kinderen onder elkaar, die zijn gewoon onschuldig, ze slaan sneller bruggen. Het is gewoon groepsverband: wij horen bij elkaar. Toch gebeurden er wel dingen die me bewust maakten van de verschillen. Vanaf 1974 begon de migratiestroom rond gezinshereniging. Steeds meer kinderen kwamen zich herenigen met hun vader. Zij spraken geen Nederlands. Ik moest vertalen en bemiddelen. Toen had ik al een maatschappelijke rol!
Hoe is het maatschappelijke bewustzijn bij jou gegroeid?
Ik merkte in mijn omgeving dat vrouwen het niet goed hadden. Omdat je Nederlands spreekt worden ouderen afhankelijk van je. Ik ging mee als vertaler, als bemiddelaar. Ik zat al snel bij huisartsen, advocaten, werkgevers, bedrijfsartsen, scholen. Ik zat daar als een soort tolk, maar er zat ook iemand in mij die zag dat het niet klopte en die voor ze opkwam. Ik zag hoe onfatsoenlijk mensen behandeld werden door instellingen. Ik werd me bewust van de underdogpositie, van de gastarbeiderspositie, en de kwetsbare positie van vrouwen. Maar ook mijn eigen positie, voor mijzelf knokken. Ik ontdekte toen dat ik ambitieus was, dat ik voor vrijheid ging. Terwijl ik in een traditionele beschermde omgeving zat.
Wat vonden je ouders van die ontwikkeling?
Ik heb het een tijd niet besproken met mijn ouders. Ik moest mijn weg zien te vinden en toen dacht ik nou weet je wat dit is gewoon zo niet te combineren, de ambities die ik wil realiseren in het leven. Ik als persoon. Dus ik moet gewoon weg. Ik heb toen geprobeerd om weg te lopen. Ik heb het met pijn in mijn hart gedaan hoor. Ik had het er echt heel moeilijk mee. Terwijl ik in de auto zat en wegreed uit Amsterdam werd ik zo verdrietig. Er was iets in mij dat zei dit is het niet, dit is niet de manier. Ik ging terug naar huis. Maar ik ging wel terug naar een situatie waar ik niet gelukkig in was. Toen had ik zoiets van er moet toch een manier zijn om te zijn wie ik ben, zonder te breken met mijn traditie en mijn ouders? Tegelijk had ik ook zoiets van: kom op, mijn cultuur moet ook maar eens kunnen omgaan met mensen zoals ik. Maar omdat we het in die periode thuis heel moeilijk hadden moest ik gewoon thuis blijven. Ik had een rol thuis.
Ben je uiteindelijk de confrontatie met je ouders aangegaan?
Ja, maar het is wel meer op basis van compromis, overleg, en op een gegeven moment wel die confrontatie. Mijn ouders hebben zeker een halfjaar tot een jaar niet meer met me gepraat. Toen er ook nog een conflict met een journalist ontstond, praatten ze al helemaal niet meer met me. Met een persoonlijk interview had ik een groot risico genomen. Ik had het eerst anoniem verteld, maar omdat ze het verhaal zo verkeerd hadden opgeschreven ben ik toen een strijd met ze aangegaan, zo ga je niet met moslims om. Ze hebben mij geïntimideerd, want ze kennen mijn leven, mijn moeilijke positie. Ze zeiden: als jij naar de rechter gaat, dan wordt jouw verhaal bekend. Toen dacht ik oh, dus zo gaan jullie met kwetsbare vrouwen om!, nou ok, dat risico neem ik. Het was een statement: ik moet ze leren om nooit meer misbruik te maken van een kwetsbare vrouw. Om het recht te zetten heb ik een verhaal gegeven in de Trouw, mijn echte levensverhaal. Als ik dat nu terug lees zie ik daar al een soort bewustzijn in: het gaat om persoonlijke integriteit. Ik laat me bij voorkeur niet leiden door een cultuur, of door een norm. Maar dat doet een cultureel conflict ook met je: je gaat zelf oordelen en beslissingen nemen. Je wordt zo teruggeworpen op jezelf. Het klopt dat er sprake is van uitsluiting en dat er discriminatie is, maar ik geloof ook in eigen verantwoordelijkheid om daar wat aan te doen.
Eigenlijk heb je in jezelf een basis gevonden waarop je keuzes kan maken, los van traditie, cultuur en religie. Hoe stimuleer je andere mensen om dat ook te vinden?
Het gaat erom integriteit en zuiverheid te bewaren. Ik praat er nu met veel jonge meiden over. Dan adviseer ik ze om niet van huis weg te lopen: blijf bij je familie, maar zoek gewoon een middenweg. Het is niet zo dat het vanzelf gaat. Je moet wel de confrontatie aangaan, het gesprek aangaan. Ouders zullen het er een tijdje moeilijk mee hebben. Maar de generatiekloof is dan ook erg groot: ik kom van het platteland, uit een beschermde omgeving, en in een generatie ga ik stappen zetten die nog nooit door een vrouw uit mijn dorp zijn gezet! Natuurlijk zijn mijn ouders boos! Daar moet je ook begrip voor hebben. Je moet erin kunnen balanceren. In principe vind ik wat ik doe onschuldig. Daar mag de cultuur ook in veranderen, in meebewegen. Maar dat gebeurt ook wel. Ook als ik terugkom in mijn dorp: al ben ik een totaal ander mens, ik blijf en kind dat daarvandaan komt voor ze.
Wat doe je met jouw bewustzijn in het werk dat je doet?
Ik vind het ontzettend belangrijk dat de projecten die ik doe maatschappelijk zijn. Dat ze een raakvlak hebben met de positie van vrouwen, migranten. Ik heb bijvoorbeeld meegewerkt aan een project dat zich inzette voor Euro-Arabische Dialoog. Ik bezocht vrouwenorganisaties in Arabische landen en bracht ze in contact met organisaties hier. Voor mij was het een eye-opener. In Arabische landen, zoals Marokko, is het heel moeilijk om je als vrouwen te organiseren. Ik kreeg te maken met vrouwenorganisaties die illegaal waren en bedreigd werden. Ik werd geconfronteerd met vrouwen die nog veel grotere risico’s namen dan ik: namelijk ook politiek en maatschappelijk! Ik vond het leuk om daar bondgenoten te vinden, die ook autonomie en vrijheid van denken in zich hadden. Als je dat hebt, dan doet een leer of dogma er niet toe!
Welke houding van burgers is nodig voor de samenleving?
Onafhankelijkheid. Zelf denken. Je kunt je wel laten inspireren, maar om te vechten voor sociale rechtvaardigheid hoef je echt niet naar school te gaan! Daarnaast heb je veerkracht en lef nodig om je uit te spreken. En incasseringsvermogen, niet bang zijn om zelfstandig te handelen, alleen te staan.
Wat staat een dergelijke houding bij burgers in Nederland in de weg?
Mensen in Nederland compromeren zich snel. En de discussie zoals die nu gevoerd wordt is heel simpel. Als we maatschappelijke problemen hebben met Marokkanen, dan zijn het ineens moslims, dus zoeken we een islamitische oplossing. Maar zo zit het niet. Het is juist zo belangrijk om níet in culturen en hokjes te spreken, maar in individuen, want dat is iets dat iedereen met elkaar verbindt. We moeten niet alles islamiseren. Dat is een te makkelijk cultureel excuus om niet naar onszelf te kijken, of onze voorzieningen wel goed zijn.
|
